Geef maar hier die ellende!

We zijn bij een gemeente in het oosten van het land. De dag is om, we zijn aan het opruimen als er een dame bijna struikelt over onze spullen die al buiten de kapsalon staan. [Karina is gezinscoach bij de gemeente]

M: Wat een haast! Waar moet je heen?
K [gehaast]: Ik ben op weg naar huis.
M: Nee joh, kom nog even uit hijgen bij ons!
K [twijfelt even]: uhh, wat doen jullie dan?
A: Kom nou maar even binnen!
K [loopt binnen, kwakt haar tassen op de grond en ploft neer in de kapstoel]
M: Zware dag?
K [barst in tranen uit]

M&A zijn stil en laten K even met rust

K [met betraande ogen en bozige stem] Hoe kan zij dat nou doen?
M: Wat?
K: [fel] Nou, als leidinggevende niet goed luisteren naar een expert zoals ik? Ik praat geen onzin als ik zeg dat gezinnen die ik tegenkom meer hulp nodig hebben. Die kan ik niet in de steek laten! Je kunt niet zeggen dat er soms spaanders vallen. Het gaat om mensen!!
M: Precies!
K: [feller] Ze is nieuw hier, dan moet je eerst luisteren naar mensen zoals ik die hier al lang werken en weten wat er nodig is!
M: Precies!

M&A laten een stilte vallen

M: Kijk eens in de spiegel Karina. Wat zie je?
K: [verdrietig] Ik zie een moe mens!
M: Ik ook!
A: Wat heb je nodig?
K: [groot gebaar] Ik heb lucht nodig!
A: Kun je een beetje goed ademen?
K: [fronst] Ademen?
A: [vrolijk] Doe eens voor hoe je goed ademt.
K: [gaat overdreven adem halen]
A: [langzaam]Vertraag dit eens: lang in, lang uit.
K: [begint trager te ademen, haar schouders zakken wat omlaag]
A: Hoe is dit?
K: [rustig] Ik voel me wat lichter…
M: Hoe lang draag je dit zware gevoel al?
K: [tranen wellen weer op] Te lang, vrees ik.
M: Wil je wat van je zware last aan mij geven?
K [kijkt M vragend aan] Wat?
M: [steekt zijn armen naar voren en maakt een kommetje van zijn handen] Geef maar wat van je last aan mij.
K: Oh, nou…hier dan.
M: Ik kan nog wel wat meer dragen hoor!
K: [geeft met een overdreven gebaar, alsof ze iets zwaar in handen heeft een gooi gebaar]: Hier dan!!
M: [lacht] Oef, dat is zwaar zeg!
A: Hoe voelt het nu?
K: [glimlach, verbaasd] Al iets beter!
A: Jij zorgt voor gezinnen in deze gemeente, maar wie zorgt er voor jou?
K: Nou, niet mijn leidinggevende!
M: Heb je kinderen?
K: Ja, twee. Ze zijn volwassen maar wonen allebei nog thuis.
A: Praat je met hen over je zware gevoel?
K: Nee, ik wil ze niet belasten met mijn zorgen.
A: Wil je weten hoe het met je kinderen gaat?
K: Ja, natuurlijk!
A: Maar jij gaat hen niet vertellen hoe het met jou gaat. Mooie boel!
M: Ik ga wat van die last wegleggen hoor, is mij veel te zwaar. Kan wel toch?
A: Wanneer zijn jullie als gezin samen?
K: Tijdens het eten! Daar nemen we echt de tijd voor. Dat hoort bij onze cultuur.
A: Dus vanavond ga je met je kinderen in gesprek over hoe het met je gaat dus?
K [kijkt naar de grond]
M: Zou ik niet doen hoor, veel te link, je kan hun tere zieltjes beschadigen met jouw ellende!
K [kijkt weer in de spiegel]: Ik ga het wel zeggen tegen ze.
A: En je leidinggevende? Wat doe je daar mee?
K: [gaat rechter op zitten] Die ga ik ook vertellen hoe het met mij gaat en wat het met mij doet als ze dat soort dingen tegen mij zegt!
M: Mooi! Gelukkig heb ik mijn handen weer vrij en kan ik snel een contract voor je pakken, want dit moet je natuurlijk wel even op papier zetten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *