Ongewenst op papa’s begrafenis.

Edwin komt de coachsalon binnen. Het voelt ‘zwaar’

M: Kom zitten kerel. En vertel direct wat je probleem is. We hebben niet veel tijd.
E: Het is best wel een ingewikkeld probleem.
M: Ok. Voor de draad ermee. Hoe sneller we op de kern zitten, hoe sneller we het kunnen wegnemen.
E: Ja, het is best wel ingewikkeld…euh. Een collega van mij is eruit gewerkt en heeft het daar moeilijk mee….
M: Jammer voor hem
E: Ja, en mijn zus zit in een vechtscheiding
M: Jammer voor haar
E: Ik wil ze graag steunen maar het gaat soms te ver. Ik slaap er slecht van.
A: Je bent heel goed in het overnemen van andermans problemen! Mooi!
E: En het is een olievlek. Iedereen komt maar naar mij toe en ik…
M: Je kunt er ook een eigen probleem tegenoverstellen. Of heb jij niet echt een probleem?
E: Ja ook nog. Maar dat is nog ingewikkelder.
A: [wrijft in zijn handen]Top! We zijn heel goed in ingewikkelde problemen! Nu al zin in!
M: [zucht en kijkt ongeduldig op horloge] We hebben al drie minuten besteed aan problemen van anderen. Nog maar tien minuten voor jouw eigen probleem. Vertel het ingewikkelde probleem zo kort mogelijk.
E: [na stilte en geëmotioneerd] Mijn vader is kortgeleden overleden en ik was niet welkom op zijn begrafenis.
M: Heb je wel afscheid kunnen nemen?
E: Niet bij leven.
M: Ben je wel op de begrafenis geweest?
E: Ja. Maar het was niet te doen. Zoveel spanning en ontkenning van mij en mijn gezin.
M: Hoe zwaar was het?
E: Verschrikkelijk. Heel zwaar. Ook voor mijn zus, die was ook niet welkom. Het was zo kut. Niet normaal.
A: Heb je wel afgerond met je vader? Met het overlijden?
E: Nee we zitten er nog midden in. Erfenis, ingewikkeld. We zijn ook nog onterfd maar hebben wel recht op kindsdeel.
M: Complimenten Edwin!
E: [verbaasd]. Waarmee?
M: Nou, het is inderdaad een ingewikkeld probleem…maar wat is eigenlijk precies het probleem? De begrafenis is al geweest, dus dat is een feit. Wat is het probleem dan ook alweer?
E: Nou ja..euh.
A: Precies, je weet het niet. Dus misschien is het wel niet echt een probleem. Maar ben je teleurgesteld dat anderen jou nu in de steek laten. Jij die altijd iedereen helpt. En ik snap wel dat je bent onterfd, je bent niet welkom op de begrafenis, maar gaat toch. Lekker dan! Ben je altijd zo tegendraads?
E:  Nee. Integendeel.
M: Is het afgerond? De relatie met je vader? Zou je nog iets willen doen om goed afscheid te nemen?  
E: In overleg met de begrafenisondernemer hebben we wel stiekem een brief in de kist kunnen smokkelen.
A: Boefje! Stiekem.
E: [grote glimlach]Ja, dat had mijn vader mooi gevonden, als hij het zou weten.
M: Wat zou je nog willen doen voor je vader? Of voor jezelf?
E: We zijn bezig met een levensboek voor hem…….. Maar een eigen ceremonie zou wel mooi zijn!
[Edwin gaat in gedachten]
M: Waar ga je de ceremonie doen?
E: In ouderlijk huis kan niet, is ingewikkeld. Maar in Zwolle zou mooi zijn. Daar zijn we heel gelukkig geweest.
M: Mooi, wanneer ga je dat doen?
E: De komende vakantieperiode zou kunnen. Dan heb ik nog even tijd om het te regelen
M: Mooi, Zwolle in de vakantieperiode. Wie ga je uitnodigen?
E: Mijn gezin met aanhang en ook mijn zus met haar zoons. [Weer in gedachten, opgelucht en glimlach]
A: Ik zie dat je de ceremonie al aan het uitdenken bent, toch?
E: [vrolijk] Ja! Ik zie het helemaal voor me en weet exact hoe ik het wil. Dit is precies wat ik nodig had.

Na deze sessie kijken we elkaar aan. Wow, dit was best heftig. Maar te gek hoe we Edwin in beweging hebben gekregen. Waardevol!

Een begrafenisspeech voor Elise

Elise is vrolijke dame die kordaat de coachsalon binnen stapt, ze is op advies van een collega bij ons gekomen.

A: Wat is het probleem?
E: Ik heb eigenlijk niet iets…
A: Nou, dan zijn we klaar. Zullen we het over de vakantie hebben?
E: Ja, ook niet. Maar ik weet het niet precies.
A: Wat voor werk doe je?
E: Ik werk op de afdeling support in dit ziekenhuis
A: Dus je bent een ondersteuner.
E: Ja…
A: Maar dat is niet het ding toch?
E: Nou, er zijn collega’s die….
M: [onderbreekt] Ja wacht eens even! Je hebt geen probleem toch? Dus ga je niet over je collega’s beginnen.
E: [begint nerveus te giechelen] Getver
A: Dus wat is nu het probleem? Is het je relatie?
E: [meer gegiechel]….nee ook niet.
A: Daarin ben je ook de ondersteuner toch? Jouw partner heeft jou heel hard nodig
E:[grote lach] nou en of, die vergeet alles en als ik…
M:[onderbreekt] Eerst jouw collega’s en nu jouw man! Is het een keer afgelopen?
A: Dus jouw collega’s hebben een probleem, jouw man heeft een probleem en jij lekker niet! Top!
E: Ja, getver…ik weet het gewoon niet helemaal…

M: Weet je Elise? Ik heb het gevoel dat jij helemaal nooit voor jouzelf kiest!
A: Als jij niemand kunt ondersteunen dan BEN je niemand.
M: Ik voel een begrafenisspeech aankomen…
A: [gaat voor Elise staan en spreekt plechtig]. We zijn hier samengekomen om afscheid te nemen van Elise. Ze koos altijd voor anderen en als er niemand was om te ondersteunen, wie was ze dan eigenlijk? Had ze een eigen leven? Had ze dromen? We moeten het vragen aan iedereen die ze heeft ondersteund. Maar dat gaat helaas niet, want die zijn allemaal omgevallen nu ze er niet meer is….
E: Oh gadverdamme!! Wat erg! Dit denk ik wel eens! Die mensen kunnen toch hun eigen leven wel leiden.
A: Dus Elise, wat is JOUW probleem?
E: Dit WIL ik helemaal niet. Ik wil helemaal niet over mijzelf praten. Dat is toch niet zo belangrijk? Ik wil het liever over anderen hebben…
M: Ook mooi voor in de speech….Elise vond zichzelf niet belangrijk. Haar leven stond helemaal in dienst van anderen….ze was eigenlijk de Twentse moeder Theresa. Moge ze in vrede rusten…
E: [nerveuze giechel]. Ik wil dit niet horen! Maar het klopt wel. Hoe doen jullie dit…?
A: Dus wat is JOUW probleem?
E: [timide in de stoel] Ik kies nooit voor mijzelf.
A: Maar dat is fantastisch! En ook logisch. Anderen zijn natuurlijk veel belangrijker; jij staat in dienst van de rest. Bovendien, wie zit er nou op jouw problemen te wachten? Die los jij zelf wel op toch, net als alle problemen van anderen…
E:[bijna schuchter] Maar dat is het natuurlijk precies. Ik los alle problemen om mij heen op. Maar mijn eigen problemen…
M:[geschokt] Problemen? Dus meer dan ééntje? Je komt binnen zonder probleem en nu heb je ineens meerdere? Ik raak helemaal in de war!
E: Ik zou heel graag meer ruimte voor mezelf hebben.
M: Ja, dat willen we allemaal. Meer ruimte. Maar jij toch niet? Jij hebt dat toch niet echt nodig? Anderen hebben dat nodig, maar de Twentse moeder Theresa moet anderen helpen en ondersteunen.
A: Dus Elise, wat ga jij voor jouzelf doen! Wandelen misschien? Helemaal alleen?
E: Zoiets lijkt me heerlijk ,maar de komende wordt heel lastig. Het is druk op mijn werk, mijn partner start met een nieuwe baan en mijn moeder gaat naar een verzorgingstehuis. Dus die verhuizing moet…
M: [staat op en zegt boos] Ik ben klaar met je Elise. Met heel veel moeite trekken we een probleem uit jou en dat blijkt ook nog een schot in de roos te zijn. Dan komen we ook nog eens met een oplossing waar je helemaal blij van wordt. En dan begin je te wauwelen waarom dat niet kan….weet je: wij stoppen ermee!
E: Nee! Niet! Het helpt! Ik wil echt…[Elise valt stil en wij doen dat ook]

E: [na een lange stilte] Jeetje jongens, wat ik ben echt in mijn kern geraakt. Ik hou mezelf continu voor de gek, maak me druk om anderen en kom niet aan mijzelf toe. En dat lijk ik prima te vinden. Ik wuif het altijd maar weg. Jeetje! Wat komt dit binnen zeg…[Elise lijkt beetje verdoofd]

M: [schuift stoel beetje naar voren en praat op zachte toon] Weet Elise…ik geloof je niet! Volgens mij neem je ons in de maling en ga je helemaal niets veranderen!
A: [schuift stoel ook iets naar voren] Ik ben bang dat het bij woorden blijft…..
E: [gaat rechtop zitten en kijkt ons vastberaden aan]. Ik ga het WEL doen! Ik ga WEL die ruimte voor mezelf maken. Ik heb al eens in mijn eentje een vijfdaagse trektocht gemaakt. Ik kan dat! Het was heerlijk. Dat ga ik weer doen.
M en A: Ja, ja….tuurlijk joh. Je denkt toch niet dat wij dat……
E: [vol overtuiging] ECHT!
A: Ok, we gaan het opschrijven. We hebben een contract voor je.
E:[begint keihard te lachen]. Kom maar op! Ik ga in november een week lang alleen wandelen net zoals eerder! Heerlijk…

Kop of munt?

Aline komt de coachsalon binnen en ziet er keurig uit: nette broek, mooie blouse. Casual, maar wel keurig.


Martijn: Heb je een cijfer in je hoofd?
Aline: Uhh, oké. Waarvoor eigenlijk?
Martijn: Voor hoe je het leven nu zou beoordelen
Aline: Oh zo….een 8
M: Zo, dat is hoog…maar toch zit je hier!
A: Ja, ik heb een dilemma.
Arno: Ja, snap ik!
A: Huh, hoezo?
Arno: Nou als je een écht probleem had, gaf je je leven een lager cijfer. Bij een dilemma gaat het meer over achter de komma. Dus eigenlijk meer een dingetje..
A: [glimlacht verbaasd]
M: Vertel!
A: Mijn oudste zoon is negen jaar en gaat volgend schooljaar naar groep zeven. Mijn dilemma is of hij wel op deze school moet blijven.
M: Vertel!
A: Drie jaar gelden is hij naar zijn huidige school gegaan. Als ie nu weer naar een andere school gaat is dat al zijn derde school.
M: Vertel!!!
A [lacht beetje ongemakkelijk] Nou op zijn eerste school had hij te weinig uitdaging. Nu heeft ie wel meer aandacht, maar wordt hij gepest…ik denk dat ie op de school waar we nu naar kijken het beter zal gaan. Maar ja, zeker weet je het niet en dan moet ie toch ook weer opnieuw aarden…
M: Wat vindt je zoon?
A: We hebben het pas net voorgelegd aan hem. Hij had nog geen duidelijke voorkeur
Arno (tegen Martijn): Hij lijkt op zijn moeder
Martijn: Oh, maar daar hoe je niet lang over te twijfelen hoor.
A: Niet?
M: Nee, er is een hele eenvoudige oplossing!
A: Echt?
M: Ja…muntje gooien
A [eerst verbaast en draait daarna haar ogen even weg] Ja, was het maar zo simpel…
Arno: Is het dat dan niet?
A: Nou…
Martijn: Aline, je kent jezelf en blijft toch eeuwig twijfelen, want zo ben je nu eenmaal. Door een muntje te gooien schiet het tenminste een beetje op! Wat vind je partner er eigenlijk van?
A: Hoho, ik twijfel omdat ik het beste voor hem wil!
Martijn: Dat vind ik zo mooi aan jou, jouw moederlijke bezorgdheid. En wat is dan het beste voor hem?
A: Hem een onbezorgde tijd geven.
Arno: Dat klinkt niet realistisch.
M: Precies ja, dan moet je hem van school halen en lekker onder moeders vleugels houden! Dat zou heel goed voor hem zijn. Want op school loopt hij een enorm risico om beschadigd te raken.
Arno: Mag jij erbij blijven op die andere school? Als moeder. Is wel fijn, kun je hem de hele dag beschermen.
A: Erbij blijven? Nee, natuurlijk niet…
M: Dan ook niet doen! Die andere school is veel te link. Je hebt dan nooit volledige controle! Je weet nu dat hij alleen gepest wordt. Die andere school wordt vast veel erger.
A: Dat wil ik ook niet! Ik wil er niet bij blijven!
Arno: Volgens mij wel.
M: Gaat je zoon nog een keer kijken op die andere school?
A: Ja, toevallig wel. Volgende week.
M: En als hij dan naar die school wil gaan?
A: Dan…
Arno: Dan ga je natuurlijk alles eerst weer eindeloos afwegen.
A: Ja, ik moet toch weten of het een goede school is.
Arno: Heb je bij die vorige school ook gedaan toch?
A: Ja….
Martijn: Mooie afweging was dat! Je zoon heeft nu nog meer problemen toch? Dus dat heeft echt goed geholpen Aline!
A [laat haar hoofd met grote lach vallen, er is overgave]. Ik snap het mannen, dank voor dit heldere inzicht
Martijn: kop of munt?
A: laat maar, helemaal duidelijk, mijn zoon mag volgende week zelf kiezen!

Tegen beter weten in.

We zijn in Utrecht bij een grote organisatie als een goed verzorgde vrouw van begin dertig de coachsalon binnen stapt. Enigszins weifelend neemt ze plaats.

A: Irene toch?
I: Ja klopt.
A: Wat is het probleem?
I: Ik twijfel over mijn relatie.
A: Dat is toch prachtig! Je bent gewoon een kritische zelfbewuste vrouw die af en toe de balans opmaakt. Daar blijf je heel fit bij. En twijfelen doen we allemaal wel eens. Dus ik zie het probleem niet.
I: Nou, het is echt niet goed!
A: Dat is duidelijk. Dan moet je er mee stoppen. Je bent er al uit en durft het alleen niet te beëindigen, toch?
I: We zijn al zeven en half jaar samen, hebben een huis en het is echt wel fijn.
A: Tja, in dat geval zou ik het niet stoppen. Huisje boompje beestje, bijna acht jaar, tja dat geef je natuurlijk niet zomaar op. Wel begint de sleur vanaf dat moment en heb je nog ruim vijftig jaar voor je. Maar ik zou dit niet opgeven…
I: We hebben natuurlijk wel van alles opgebouwd.

M: Precies. Doorgaan.
I: Maar het is al twee jaar niet meer echt leuk.
M: Nou, ik zou doorzetten. Je kent de cyclus van zeven jaar toch? Zeven goede en zeven slechte jaren. Dus nog zesenhalf jaar en dan is het weer goed.
I: [schiet in de lach] nou, als dit nog langer duurt ga ik ermee stoppen.
M: Niet doen. Zijn je ouders nog bij elkaar?
I: Ja?
M: Hebben zij het altijd makkelijk gehad?
I: Nee, dat denk ik niet
M: Dus, wat leer je daarvan?
I: Pfff, ja, nou, ja…dat is heel hard werken
M: Het gaat niet vanzelf Assepoester! Jij wilt gewoon een prinsesje zijn, alles moet roze, lief en mooi. Maar soms is het even niet roze en moet je werken aan je relatie!

I: [Emotioneel] Ik heb echt alles gedaan en geprobeerd. En hij is ook echt lief, maar het duurt te lang. Al bijna twee jaar gesprekken, ruzies en relatietherapie. Ook soms wel fijn, maar ik loop leeg en hou het niet meer vol….[tranen]
M: Kom op Irene, nog even volhou…
I: [onderbreekt Martijn emotioneel] Nee! Ik wil niet meer! Ik doe dit al een hele tijd tegen beter weten in. Het komt gewoon niet meer goed.
A: Heb je een ander ontmoet?
I: [schrikt en lacht]. Huh, ja, eerlijk gezegd wel [giechelt nerveus]
A: Betrapt! Ooh wat ben jij een boef. Hier een beetje de verdrietige vrouw uit hangen en ondertussen….Weet jouw partner dat?
I: Ja, ik was even verliefd, er is niets gebeurd maar ik heb het wel eerlijk vertelt……[lange stilte]………… En ik voel nu duidelijk dat het met Erwin niet meer goed komt. Al ruim een jaar weet ik eigenlijk al dat het zo is. Relatietherapie brengt ons niet dichter samen. Er is gewoon een stuk dat er niet meer is en ook niet meer komt. Het is duidelijk!
M: Ja Irene, kom op zeg! Je gaat het toch niet zomaar opgeven
I: Zomaar?! Ik heb alles gedaan, gesprekken, therapie, aanpassen en hij is echt lief! Maar dit wil ik niet meer. Ik ga stoppen…
A: Dus hij is bijna jouw ex…exit Erwin. Geen Brexit maar Erwexit.

I:[lacht, breekt en tranen]………..
Martijn geeft haar een tissue en na enige tijd komt ze op adem.
I: Wauw mannen, dit is wel heftig. En dit gaat wel snel, maar het is voor mij echt duidelijk nu. Jeetje. Er valt echt heel veel van mijn schouders. [Irene gaat helemaal rechtop zitten en kijkt zelfbewust en bevrijd] Het is goed….

De droom van Orlando

Een grote Surinaamse man komt de coachsalon binnen met een grote lach en warme uitstraling. Als hij spreekt klinkt het relaxed, zangerig met een altijd aanwezige tevreden ondertoon.

A: Mooi dat je er bent. Hier komt iemand zo relaxed binnen. Ga lekker zitten…
O: Ik vind het wel spannend.
A: Dat snap ik, mensen met een groot probleem vinden het vaak spannend om hier te komen zitten.
O: Oh, ik heb een luxeprobleem, denk ik.
A: Vind ik mooi; past bij je. Je ziet eruit alsof je van luxe houdt man. Te veel geld?
O: [Grote lach] Ook
A: Te veel vrouwen?
O: [luide lach] Ook
A: Geen probleem toch? Don’t worry about a thing…..everything is gonna be allright…
M: Hoe heet je eigenlijk?
O: Orlando.
M: Yo Orlando, met zo’n naam man…geen zorgen!
O: Het probleem is dat ik me aan het ontwikkelen ben als gedragsspecialist en dan doe ik pedagogische wetenschappen. Ik wil me inzetten voor mijn land…..Suriname. Maar als ik om me heen luister, is het niet verstandig om te doen. Ik hoor veel verhalen van anderen, en die moedigen me niet aan.
A: Dus jij laat je snel afschrikken.
O: Nee man, maar ik wil niet te koppig zijn. In Suriname zien ze mensen die uit Europa terugkomen als mensen die het beter weten.
A: En dat is ook zo toch? Dus dat klopt.
O: Ja man. Ik wil wat betekenen op macro niveau.
A: Goed doen! Macro is mooi! Beter dan Mocro toch?
O: [grote bulderende lach] jiehii, Macro en Mocro man. Mooi.
M: Wat houd je tegen? Ik snap het niet. Je vertelt jezelf al dat het niet lukt. Je bent toch je wilde haren al kwijt
O: [wederom bulderlach] ja man….ik ben verstandig nu.
M: Is het echt jouw droom?
O: Ja man, altijd.
A: Altijd?
O: Ja, van kinds af aan.
M: Ben je nu een kind of een man
O: Ik speel nog altijd, maar ik ben verstandig
M: Stel je overlijdt op je 85e. Wat moet er op jouw begrafenis gezegd worden? Orlando was een lafaard, hij kwam niet terug naar Suriname om zijn droom te volgen of Orlando was van grote betekenis voor zijn land…
O:[ineens heel serieus] even denken man…..[lange stilte]
O: [een hele grote grijns]  Orlando volgde zijn droom….. doet studie na studie, is ben bezig met het schrijven van een methode, specialiseert zich in gedrag.
M: Orlando man, je bent gewoon de boel vet aan het uitstellen. Je verzint excuses.
O: Nee man, het zit in de financiën.
A: Hè, dat was toch geen probleem?
M: Ben je niet gewoon een lafaard? Ik las dat er heel veel Surinamers – die Europa wonen – graag weer terug willen, maar te schijterig zijn om het te doen. Mooie begrafenisspeech wordt het.
O: Ja man…ja man….ik weet veel over gedrag.
A: Maar het hoofdstuk over uitstelgedrag heb je zeker nog niet gedaan.
O: [hele luide lach] Maar ik wil écht iets betekenen.
A: Zeg dat nog eens heel hard.
O: Ja man, ik wil echt iets betekenen!

M: Wanneer ga terug naar Suriname, volgend jaar? Over 6 maanden?
O: Ja man….dat is zo… Mijn bevlogenheid zal altijd blijven weet je?
A: Ja man….mijn bevlogenheid….je zit gewoon op een bankje Orlando. Sitting on the dock of the bay…ik zie hier geen bevlogen man! Hier zit een lafaard!
M: Wanneer ga je weg?
O: Na mijn opleiding ben ik ready to go.
M: Dus over twee jaar.
O: Ik moet echt gaan man…shit man…
A: Nee, ik snap het wel Orlando, nog ff uitstellen toch?
M: Wanneer ga je?
O: [vastberaden]. Ik ga over 2 jaar, in 2024!
A: Hè? Dat is 2023 toch?
O: Nee man, het zijn schooljaren. Dus in schooljaar 2023-2024 ben ik klaar.
A: Maar je gaat toch? Lafaard?

O: [staat op, met grote trotse ogen en vastberaden] Ja man, ik ga! Dat zeg ik toch man. In 2024 ga ik naar Suriname om het onderwijs te verbeteren in mijn land!

A&M: Mooi!

De stiekem jaloerse moeder

Beatrijs komt binnen. Verzorgd, vrolijk en opgewekt.

M: Als ik jou zie, zie ik veel vrolijkheid. Dus een echt groot probleem zal het niet zijn.
B: Ik dacht, welk probleem moet ik meenemen.
M: Nooit doen.
B: Het gaat over mijn dochter. Die oudste zit in de brugklas op school in Rotterdam. We maken ons zorgen om haar.
M: Dat lijkt me geen probleem toch?
B: Ze zit veel thuis, op haar kamer. In Coronatijd
A: Hoe is het met haar?
B: Wisselend. Laatst in huilen uitgebarsten, ellendige Corona.
M: Maar wat is dan voor jou het probleem?
B: Ik wil haar helpen, maar we mogen haar niet helpen.
A: Dus opgelost.
M: Je bent toch haar moeder?
B: Ja, maar ze wil het zelf doen?
A: Is ze verstandig?
B: Ja
A: Kan ze het zelf oplossen?
B: Nee!
M: Dus dan is het jouw taak om dat te doen, toch?
B: Nou, nee…
M: Huh, maar wat is dat het probleem?
B:[diepe zucht] We hebben stiekem contact opgenomen met haar mentor. Achter haar rug om. Ze was zo boos….
M: Ja, terecht toch? [hele diepe zucht] Zijn jullie zulke ouders…
B: Ja, dat wel, maar we willen het toch doen…Ze zei: ‘Ik haat jullie!’
A: Goed zo! Ze heeft een eigen wil. Dat vind ik wel mooi voor een meisje van dertien. Sterk!
B: [terneergeslagen] Het is zo moeilijk om de balans te vinden tussen los laten en ondersteunen.
M: Nog één stap terug…..jij maakt je dus zorgen. Hoe heb je haar dat verteld?
B: Niet in de goede volgorde achteraf…
A: Nee, eerst stiekem de mentor bellen en dan zeggen dat je je zorgen maakt….lekker handig Bea! Wat een stiekeme moeder ben jij!
B: [emotioneel] Ik probeer haar uit te leggen dat ik me zorgen maak.
A: Dus jij bemoeit je met haar problemen. Irritant toch?

M: Wat is de kern? Waar ben je het meest bang voor?
B: [bijna fluisterend] Dat ze ons niets meer vertelt. Niets meer met ons wil delen
M: En is dat zo?
B: Nee, ze vertelt ons wel allerlei dingen.
M&A: OOOOhhhh. Dus het valt wel mee!

A: Heb jij aan haar verteld dat je bang bent dat ze uit verbinding gaat?
B: Nee…
A: Jij vertelt niet tegen je dochter…en zij vertelt niet tegen jou. Zo moeder zo dochter, toch? Dus beide eigenwijs, toch? Wel eerlijk.
M: Dus ze lijkt op jou…..
B: [klaart zichtbaar op] Ja….eigenlijk wel.
M: En jij bent goed terecht gekomen toch?
B: [vrolijk] Ja!
A: En dingen gedaan die heel stom zijn, toch? Vertel eens wat is het stomste dat je ooit hebt gedaan?
B: [verlegen] uh..
M: Ok, nog één keer….wat is nu precies het probleem?
B: [lacht vrolijk] Dat ik eigenwijs ben!
A: Vind je het ook een beetje leuk hoe ze reageert?
B: Nee, niet leuk! Maar aan de andere kant wel mooi dat ze zichzelf durft te zijn.

A tegen M: Martijn, weet je wat ik denk?  Ze vind het gewoon lastig haar los te laten. Haar moederhart breekt een beetje. Haar kleine lieve dochter wordt groot.
B: [fluisterend] ja, misschien is dat het ook wel.
M: Wil je haar niet té graag een volwassen en verstandig leven laten leiden?
A: Ze is tenslotte al dertien.
M: Wat is het stomste dat jij ooit gedaan hebt? Kom op!
B: [Lacht nerveus] ….weet ik echt niet…ik was best wel braaf.
A: Ooh, ze lijkt toch niet op je.
M: Ben je jaloers?
B: [openbaring, verbaasd]…uh, ja, eigenlijk wel misschien. Ik had wel wat tegendraads willen zijn.
A: Dus wat is nu ook alweer het probleem?
B: [lacht] Ja, ze is echt een prachtmeid met lef! Ze komt er wel!
A: Wat zeg je nou?
B: Ja, ze komt er wel. Ik moet me niet zoveel zorgen maken; dat is niet nodig. Met haar mooie eigenwijze stijl komt ze er echt!
A: Wat zou je nu tegen haar zeggen?
B: Dat ze het goed doet, dat ik trots op haar ben en dat ze zichzelf mag zijn….[tranen]
M: Wat raakt je nu zo?
B: Ze staat nu zo dichtbij…ik weet het niet.
M: Wat zou je het liefst met haar doen….wat goed voor jou is? Wat heb jij nodig?

B: Ik zou wat meer afstand willen nemen…[tranen]. Haar haar eigen gang laten gaan en geen oordeel direct klaar hebben. Dat heb ik ook nodig. Het lijkt wel of ik mijzelf verstik. Als ik haar ruimte geef krijg ik zelf ook meer ruimte. [stilte….Beatrijs haalt opgelucht adem en kijkt ons aan]

B: Jeetje, wat me echt raakte is dat ik jaloers op haar ben en ook dat ik zelf meer ruimte nodig heb. Dat had ik echt niet in beeld. Dank jullie wel mannen. Ik ga ruimte maken!

Jorrit legt een rookgordijn

Jorrit stapt binnen. Met een gezellige Brabantse tongval groet hij ons. We gokken een echte reclameman.

A: Zo gezellig Jorrit! Hoe is het leven!
J: Goed goed.
A:En werk? Volgens mij ben jij een reclameman ofzo. Mooie hippe kleding, kek sjaaltje en goede schoenen.
J: Ja zoiets, ik ben hier de commercieel directeur.
A: Mooi. Hier zit dus een commercieel directeur die een dubbelgoed leven heeft.
J: Huh, dubbelgoed??
A: Ja, ik vroeg net hoe het leven was en toen zij je goed goed…
J: [lacht] ah ja ja.
A: Nu doe je het weer. Je zeg ja ja. Dus twee keer ja. Leid je een dubbelleven ofzo?
J: [mond valt open van verbazing] Wat bedoel je, ah, nu je het zo zegt, misschien wel eigenlijk….
M: We hebben er weer eentje! Commerciële mensen leiden heel vaak een dubbelleven, wist je dat? Mooi aan de buitenkant, maar beroerd van binnen. Typisch…
J: Nou, beroerd van binnen is het niet helemaal…
A: Maar wel een beetje toch? Wat is eigenlijk jouw probleem? Of waarschijnlijk heb je er ook twee.
J: Waren het er maar twee, pfff.
M: Dat krijg je met zo’n dubbelleven. Je moet alles onthouden, wie heb je wat verteld, niet vergeten je telefoon op te schonen voordat ze meekijkt etc
A: Ik weet het, je hebt een geheime relatie.
J: [Lacht] Nee….die is gelukkig over!
M: Dat scheelt een heleboel gezeur. Mooi.
A: Je drinkt stiekem op je werk.
J: Nou, je bent wel warm.
A: Andere verslaving dus….en je vrouw weet het niet.
J: Mijn vriendin weet het inderdaad niet.
M: Seks verslaving?
A: Nee, dat had zijn vriendin wel gemerkt…wel jammer trouwens.
M: Gokverslaving?
J: Nee, ook niet…
A: ROKER, je bent een stiekeme roker….Ha!
M: Maar dat is natuurlijk helemaal geen probleem toch? Hier zit een man van rond de vijftig, commercieel directeur en die maakt zich zorgen dat hij stiekem rookt. Tsss. Is dat alles?
J: Ik vind er wel wat van….
A: Ja, ik vind er ook wel wat van. Maar wat is het probleem? Ik vind het eigenlijk wel mooi, past ook bij je imago van een beetje sneaky salesman. Je lijkt ook wel een beetje op de Marlboro-man eigenlijk. Rookgordijnen is jouw specialisme en vak. Eigenlijk ben je een vakman.
J: Dat ik rook is tot daar aan toe, maar stiekem..
M: Blijf je wel jong bij. Als puber deed je dat ook toch? Stiekem roken, drinken en porno kijken.
A: Jammer dat het eigenlijk geen seks verslaving is vind ik, niet Martijn? Die hebben we niet zo vaak hier.
M: Wat voor merk rook je?
J: Camel.
A: Dat zou ik ook stiekem doen. Gadverdamme! Ook nog een merk van niks. Dus wat is het probleem Jorrit. Je rookt Camel, tuurlijk stiekem. Who cares. Vindt je vriendin het niet lekker? Haar probleem toch?
J: Ik ben sinds een half jaar weer begonnen. Ik was vijf jaar gestopt.
A: Nou en….dan ga je toch weer stoppen?
J: Dat wil ik liefst wel.
A: En dan ga je gewoon een fatsoenlijk merk roken. Marlboro of Lucky Strike ofzo. Of zo’n elektronische sigaret. Dat vind ik wel bij jou passen!
J:[lacht] Nee jongens, ik wil echt stoppen.
M: Ik zeg doen!
J: Ik weet niet hoe?
M: Nee, ik zou het ook niet weten. Lijkt me eigenlijk ook onmogelijk om te stoppen. Hoe zou dat moeten dan? Heel ingewikkeld…..hmmmm
J: Tuurlijk weet ik ook wel dat er allerlei mogelijkheden zijn en zo, maar waar te beginnen?
M: Tja, ingewikkeld. Heel complex. Waar zou je moeten beginnen als je wilt stoppen met roken, Arno weet jij het?
A: Geen idee man, ik denk dat het eigenlijk niet mogelijk is. En dan op feestjes en zo. Maar hij rookt stiekem, ingewikkeld en heel complex
J: [lacht voluit]. Ik zit mezelf gewoon voor de gek te houden natuurlijk, ik verschuil me.
M: Nee Jorrit, dit is echt veel moeilijker dan je nu zegt, denk er niet te makkelijk over….ik ken mensen die ook willen stoppen en geen idee hebben hoe. Het zijn er duizenden. Misschien is er wel een club van mensen die niet weten hoe ze moeten stoppen. Moet je eens lid van worden.
J: [wederom grote lach] Het is heel simpel, ik ga van die nicotinepleisters halen en dan zo’n programma volgen en stoppen…net als de vorige keer
A:[verontwaardigd] Ja Jorrit, wat vertel je me nou, je hebt het al eens eerder gedaan? En wij ons in het zweet werken terwijl jij gewoon ervaring hebt. Jezus man. Dit was echt een rookgordijn.
J:Ik moet gewoon stoppen. Ik rijd zo direct langs huisarts en apotheek. Ik ben er ook klaar mee!

M: Anders ik wel….
A: Zeg dat….

Zoonlief of zo’n dief

Er stapt een dame de coachsalon binnen. Duidelijk één van de managers van de semi-overheidsorganisatie, hakje pakje, duidelijk en stevig. Ze neemt plaats en kijkt ons verwachtingsvol aan..

M: Hi?
E: Ellen
M: Hi Ellen, fijn dat je er bent. Je ziet er goed en stevig uit. Meestal is zo’n uitstraling een manier om iets te verbergen…
E: Wat bedoel je?
M: Nou, meestal gaat er veel onzekerheid schuil achter iemand met een dergelijk voorkomen. Maar bij jou is dat vast niet het geval…
E: Nou ja…hoe…
M: Wat is jouw probleem Ellen?
E: Ik vind het pijnlijk om te zeggen
A: Dan zou ik het niet zeggen…als het pijn doet kun je het beter een beetje verstoppen, dan is het er niet.
E: Dat is het nu juist, dat doe ik al een tijd
A: Volhouden…je wilt toch geen pijn hebben? Met zo’n mooi strak pak en management uitstraling past dat toch niet?
M: Maar het is vast een klein pijntje toch? Anders liep je er al niet zo lang mee…of ben je echt zo’n bikkel
E: [geëmotioneerd] Het doet wel echt pijn…en ik schaam me er voor.
A: Dan zou ik het helemaal niet zeggen. Zo meteen gaan we je ook nog uitlachen. Nou Martijn, ik ben wel benieuwd. Maar ze houdt het voor zich, lijkt me beter ook….
E: Mijn zoon van 23 komt al ruim twee jaar alleen maar bij me om geld te lenen.
M: Och, wat ben jij een lieve moeder. En nog rijk ook. Heerlijk voor je zoon. Wat fijn dat je hem dat gunt. Lieve schat
E:[begint te huilen]. Ik vind het verschrikkelijk! Ik ben bang dat ik hem niet meer kan vertrouwen. Hij ziet me alleen als geldautomaat. Iedere keer doet hij me beloftes, maar hij komt ze helemaal nooit na. En iedere keer ga ik weer voor de bijl. En ik ben bang dat…[huilt]


A: [zacht] Waar ben je bang voor lieverd?
E: Ik ben bang dat hij in een verkeerd circuit zit. Misschien is hij verslaafd of doet ‘ie andere stomme dingen. Maar ik durf hem niet te confronteren. Ik ben gewoon bang voor hem.[wederom dikke tranen].
M: Terecht! Klinkt als een crimineel…Judas! Holleeder. Ik zou de politie inschakelen.
E: [zacht] Daar heb ik echt aan gedacht!
M: Gedacht? Ik zou het direct doen. Je wordt onder druk gezet, afgeperst. Zoonlief is zo’n dief!
A: [nieuwslezer] Dames en heren, hier volgt een politiebericht. De politie is op zoek naar een jongeman van 23 jaar, hij heeft zijn moeder afgeperst en haar bedreigd. Hij is levensgevaarlijk. Indien u deze man kent, probeer hem niet aan te houden, maar bel met de politie…
E: [lacht hard] Ach wel nee jongens, ik denk dat ik veel te veel in mijn hoofd haal. Eigenlijk is het een hele lieve jongen die gewoon onzeker is. Ik heb het veel te lang op zijn beloop gelaten. Ik moet gewoon met hem in gesprek.
M: Ben je gek geworden! Deze man is gevaarlijk. Wie weet wat hij je aandoet. Hij probeert je in te palmen, maar wees voorzichtig.
A: Martijn, ik denk dat we Ellen zo samen naar huis moeten brengen. Wie weet waar hij uithangt.
M: Gelukkig zijn we met z’n tweeen en hebben we veel ervaring met criminelen..
E:[lacht] Stop mannen! [diepe zucht en zelfverzekerd]. Ik ga met Lourens in gesprek. Hij is een volwassen man en snapt heus wel wat hij doet. Bovendien heb ook ik een verantwoordelijkheid, naar hem maar voornamelijk naar mijzelf! Ik heb het zo ver laten komen.

We stellen een contract op met Ellen en ze vertrekt. Voordat ze de coachsalon verlaat draait ze zich om…

E: Ik weet niet precies wat er nou gebeurd is, ik ben vooral heel erg opgelucht dat ik het met jullie heb gedeeld en zie in dat het alleen maar moeilijker werd doordat ik het niet deelde. Hierdoor zijn mijn gedachten echt met me aan de haal gegaan. Door het te delen en jullie humor is het ENORM gerelativeerd. Ik ga vanavond met hem in gesprek. Dank jullie wel!


Een Mentale Knipbeurt in 8 minuten

[Voor de lezer, deze knipbeurt ging in een heel hoog gesprekstempo. De dame in kwestie was totaal overrompeld..]

Erica komt binnen. Goed gemutst. Stevig en een beetje gespannen.

A: Wat is het probleem?
E: Nou zeg, ook goedemorgen. Ik zit net.
A: Ja precies, wij hebben een kwartier en willen liever sneller…dus wat is het probleem?
E: [Lacht] Oh jee, keuzestress…welk probleem gaan we nemen…
A: Relatie?
E: Nee, dat is goed!
A: Werk?
E: Ja.
A: En wat precies?
E: Ik heb last van mijzelf!
A: Gelukkig, hebben anderen in ieder geval geen last van jou!
E: [Lacht heel hard!]
A: Kom op, wat is het precies!
E: He joh, ik mag toch wel ff om mijzelf lachen!?
A: Nee, eigenlijk niet. Tempo Erica!
E: [Lachend] Ik weet heel veel, voel heel veel, maar ik handel er niet naar.
A: Niet? Wat doe je dan niet?
E: Goed voor mezelf zorgen!
A: En wat is dat dan?
E: Tijd voor mezelf, pauze nemen, reflectietijd..
M: [Breekt abrupt in] Ben je snel afgeleid?
E: [Vol overtuiging] Ja ENORM!!
M: Dus iets afspreken met jou is gedoemd te mislukken omdat je wordt afgeleid.
E: [In de war] euhh
M: Is er iets dat je helpt focussen? Is er iets heel belangrijk voor jou?
E: [Wederom vol overtuiging] Ja, mijn kind!
M: Dus als je een foto van je kind ziet, is dat jouw aanwijzing dat je goed voor jezelf moet zorgen.
E: Grappig dat je zegt. Ik heb focus nodig. Enige tijd geleden deed ik dat met een afbeelding van een vlinder, omdat ik altijd zo fladder. En als ik naar de vlinder keek, zorgde ik die dag veel beter voor mijzelf!
E: [na enige seconden stilte] Het is toch idioot dat ik dit nodig heb. Ik voel echt plaatsvervangende schaamte.
A: Volledig terecht! Ik zou me ook kapot schamen….

E: Ja maar het helpt me, mijn dochter is net het huis uit, toen ze voorheen thuis was, maakte ik tijd voor haar en daarmee ook voor mijzelf.
M: Gaat dit je helpen?
E: Jazeker, dit helpt echt!….is het dan zo simpel? Zou het zo simpel zijn? Ja, weet je wat ik nu merk? Nu denk ik, ben ik echt zo’n stumper die mijn dochter nodig heeft om dit af te dwingen?
M: Wat zou jouw dochter zeggen als ze hier is?
E: Mam, doe niet zo achterlijk, stel je niet aan! Als het je helpt is het toch goed?!
A: Mooi, gaan we een contract opstellen!
E: [Lacht opgelucht] Oh, jeetje!!

Ik Erica, hang foto van mijn dochter bij mijn bureau om me eraan te herinneren dat ik tijd voor mijzelf inplan.

M: Wanneer ga je dat doen?
E: Vanmiddag!  Jemig wat is dit simpel zeg?
A: Ja hallo, weet je hoe lang wij hier voor gestudeerd hebben….ben blij dat je zo weer vertrekt!….simpel…tsss

Met een enorme lach vertrekt Erica binnen 8 minuten de coachsalon. Nog diezelfde middag stuurt ze ons een foto van haar bureau met foto van dochter uiteraard….

Harteloze moeder viert Coronafeest

Bianca komt vastberaden in de stoel zitten en ziet er opgeruimd uit. Ze beschrijft een goed leven in Coronatijd. Ze heeft een goede relatie, een hechte band met de kinderen, haar werk loopt alles op rolletjes en toch heeft ze een probleem. 

A: Fijn dat je er bent Bianca. Wat is jouw probleem?
B: (denkt even na over de formulering en zegt dan) Je zou kunnen zeggen jong volwassen kinderen die niets kunnen vanwege Corona.
A: Herhaalt letterlijk. “Je zou kunnen zeggen jong volwassen kinderen die niets kunnen vanwege Corona” Dat is wel lekker duidelijk Bianca. Wat bedoel je in godsnaam?!
B: Mijn kinderen! Twee ervan zijn eigenlijk al het huis uit, maar zijn nu weer thuis en ze hangen de hele tijd!
A: Hangen ze? Aan het plafond ofzo?
B: [lacht] Nee, ik bedoel dat ze niks doen.
A: Wees dan ook duidelijk. Jouw probleem is dus dat jouw kinderen niks doen?! Hoezo is dat een probleem?
B: Het raakt MIJ. Ze kunnen zo weinig.
A: Oke, en hoe ervaar je jouw EIGEN situatie in Coronatijd?
B: Best goed eigenlijk.
A: Dus met jou gaat het goed en met hen gaat het slecht. Wat is dan jouw probleem? Vinden je kinderen dat ook?
B: Zij geven hun leven nu een lager cijfer, dat zeggen ze tegen mij.
A: Nog steeds hun probleem toch?
B: Ik word er verdrietig van….
A: Dus het probleem is dat je verdrietig wordt door jouw kinderen
B: Ja!
A: Wat een rotkids. Jij voelt je eigenlijk prima, maar zij maken jou verdrietig. Ik zou ze snel het huis weer uitzetten.
B: Dat denk ik ook wel eens eerlijk gezegd….[geschrokken]. Nee, zo bedoel ik het niet, maar….
A: Jawel, JIJ hebt gewoon last van jouw kinderen doordat ze zich niet prettig voelen. Toch?
B: [schoorvoetend]. Ja, dat is eigenlijk wel zo.
M: Ooooh, wat ben jij een slechte moeder zeg! Harteloos. Die arme kinderen.
B: Ja, dat voelt dus slecht.
M: Terecht, je bent ook een harteloze moeder! Je eigen kinderen nog wel!
A tegen M: Ik had dit niet van Bianca verwacht, jij? Zo gemeen tegen die arme kinderen. Die voelen zich denk ik helemaal niet meer fijn thuis. Zou ze de kinderen iets aandoen? Nee toch? Misschien toch het meldpunt Huiselijk geweld ff tippen. Je weet maar nooit….
B: [schiet vol in de lach]. Het is me duidelijk mannen! Zo erg is het niet. Ik realiseer me dat het niet mijn probleem is. Maar ik voel me er toch verdrietig over. 
A:  Mooi! Wat zou je eraan willen doen?
B:  Een poging doen om het zo aangenaam mogelijk te maken.
M: Logisch, daar zijn moeders voor om dingen beter te maken voor kinderen. Maar wat zou je aan je EIGEN gevoel willen doen?
B: Uh, zeggen dat ik me niet fijn voel…
M: Goed zo, hoe zouden ze reageren?
B:  [lacht] Zo grappig, gisteren zei mijn dochter nog:  “Gelukkig maar dat je je slecht voelt!”.
M: Precies, anders zou je écht een harteloze moeder zijn.
B:  [lacht wat harder] Ja, als je het zo zegt…dat is eigenlijk wel zo. Ik baal er gewoon van dat zij er last van hebben en ik een betere tijd heb gehad in dezelfde periode in mijn jeugd.
A: Pech voor hun dus. Maar even terug: wat ga JIJ eraan doen”
B: Loslaten, denk ik.
M: Hoe dan?
B: Meer luisteren naar ze en niet in mezelf gaan zitten.
A: Een soort Coronaspreekuur houden zeg maar! Kom snel even zitten, want mama voelt zich niet zo goed.
B: [Schiet weer in de lach]
M: Ook bijzonder eigenlijk: je voert nu gesprekken met je kinderen die je anders nooit zou voeren!
B: [Enthousiast] Ja klopt, ze zijn veel meer thuis. We spreken meer met elkaar. Het is veel gezelliger en we hebben mooie gesprekken.
M: En als Corona straks weg is, zijn zij ook weg en heb je het weer lastig dat ze weg zijn. Zaten ze maar weer op de bank, denk je dan.
B: [lacht hard] Ja, dat is waar! Wat ben ik toch aan het mutsen.
A: Eigenlijk moet je het dus vieren! Muziek aan, fles wijn open en gaan! Vieren die Coronatijd!!
B: Ja, dat ga ik doen! Morgenavond zijn we weer samen, ik ga dan gewoon zeggen dat ik het fijn vind dat ze er zijn. Ik ga er een feestje van maken. Ik heb er nu al zin in!