Emma is jong en terminaal

We zijn bij een groot bedrijf actief in infrastructurele projecten. Een jonge vrouw stapt nieuwsgierig de kapsalon binnen.

A: Hoi, vind je het spannend?
E: [timide] Een beetje.
A: Ben je bangig aangelegd?
E: uhh, nee.
A: [verbaasd] Wat! Dus je doet nu alsof?
E: Nou dat wil ik niet zeggen, maar mijn probleem gaat wel over iets spannend vinden.
M: Gaat het over sex?
E: [lacht] Wat? Nee!
A: Vertel!
E: Nou ik ben twee jaar geleden afgestudeerd en werk hier nog niet zo lang. Ik heb het gevoel dat hier veel slimme mensen werken en ik wil niets doms zeggen, dus houd ik vaak mijn mond, want ik wil een goede indruk achterlaten.
A: Maar je zegt dus wel af en toe wat toch?
E: Ja, zeker
A: En dan komen er vermoedelijk hele domme dingen uit je mond!
E: Neeee, die dingen zijn wel oke!
A: [gerustgesteld] Ooohhh, gelukkig…dus je bent niet dom!
M: En als je luistert naar die collega’s, hoor je dan dat ze slimme dingen zeggen?
E: [vrolijk] Ja, vaak wel.
M: En waarschijnlijk slimmer dan jij toch? Dus je bent vermoedelijk toch dommer dan zij. Snap je alles wat ze zeggen?
E: Nee, niet altijd
M: [overtuigd] Ja, dat dacht ik al! Toch dom. En stel je dan een vraag over wat je niet snapt?
E: [vertwijfeld]…nee? Denk ik?
M: Dus eigenlijk heb je twee problemen: je zegt niet wat je vindt en je stelt geen vragen.
A: Ben je een beetje een muurbloempje?
E: Nee, zo zou ik mezelf niet omschrijven
A: Maar ik wel. Waarom jij niet?
E: [krachtig en ontspannen ]Nou als ik bij vriendinnen ben, dan ben ik behoorlijk aanwezig en heb veel te vertellen en kan ook wel pittige vragen stellen.
M: Dus je ontneemt je collega’s een veel leukere versie van jezelf. Die laat je alleen aan vriendinnen zien. Leuke collega ben jij!
E: Ik ben bang dat mijn collega’s me niet leuk vinden.
A: Dat lijkt me ook, je bent ook niet leuk. Jij kunt namelijk veel leuker zijn!
M: Hoe zou het zijn als je jezelf wel laat zien hier?
E: [timide] Maar hoe dan?
A: Kun je goed opdrachten uitvoeren?
E: [verbaasd] uhhh, ja, dat denk ik wel…
A: Ik vind het twijfelachtig, maar je doet dan echt je best op een opdracht?
E: Ja!
A: Oke, de opdracht is: elke dag in ieder geval één uur de meest actieve bijdehante versie van Emma te zijn hier op kantoor.
E [lacht opgelucht]…oke, dat ga ik doen…denk ik
M: Denk je? Voor een dom iemand, denk je wel veel!
A: Waarom doe je nu al zo serieus? De meeste mensen doen dat op latere leeftijd pas. Hoe oud ben je?
E: uuhhh, zesentwintig.
A: Zesentwintig, en nu al terminaal serieus!
E: [schrikt en lacht] Terminaal?
A: Vind je jouw collega’s serieus?
E: Ja, de meeste zijn een stukje ouder dan ik en heel serieus.
A: Precies! Daarom krijgen wij er zoveel van hen bij ons in de kapsalon, omdat ze veel te serieus doen. En jij doet het nu al!
M: [bozig] Jij verpest het voor hen: nemen ze eindelijk een jong iemand aan voor wat sprankeling, ga jij serieus lopen doen. Gemenerik!
E: [lacht luid en ontspannen] Ja, echt hè! Errug…. [hand voor de mond]
A: Dus jij spreekt nu met jezelf af om gewoon de spring in het veld te zijn die je bent en dan zien we je over vijftien jaar weer terug als je echt terminaal serieus bent geworden. Deal?
E [springt lachend op uit de stoel] Deal!

Bianca, parels en uitgelopen mascara

We zijn op een zorgcongres. Bianca komt de coachsalon binnen. Een vrouw van midden vijftig, een stevige dame, mooie kleding en vooral veel grote sieraden.

A: Hi Bianca, hoe zit je hier?
B: Dubbel.
A: Dubbel? Ben je met z’n tweeën?
B: [lacht] Nee, ik heb een hekel aan grootschalige evenementen, en ben blij dat ik even bij jullie in deze intieme setting kan zijn.
A: Aha, je komt even schuilen! [zingt] Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan….
B: [schiet direct vol]…sorry hoor…Jezus zeg!
A: Nou zeg! Ik weet dat ik niet kan zingen, maar om direct hierom te gaan huilen vind ik ook ongepast!
B: [lacht door tranen heen]. Ik heb een hekel aan veel mensen, prikkels en herrie….ik ga altijd doodmoe naar huis.
A: Dus je hebt rust nodig?
B: Ik ben omgeven door depressieve en neerslachtige mensen. Die trekken me helemaal leeg.
A: [luide stem] Dus jij vind ons depressief en neerslachtig? Je bent lekker bezig Bianca!
B: [lacht] Nee god, nu niet. Jullie zijn leuk, maar thuis! Dat is echt niet gezellig. Ik heb een depressieve man en moeder.
A: En worden die dan depressief van jou? Ben jij zo’n moeilijk geval?
B: Nou, nee. Ik heb een heel ander karakter; Ik ben geen piekeraar of tobber.
M: Ben jij een zorgzaam type?
B: [aangevallen, beetje hautain] Nee zeg, ik ben geen verpleegster, ik ben dokter!
M: Ooh, ben je dokter. Dan snap ik het wel. Als je nou verpleegster was, had je ze wel willen ondersteunen, maar een beetje dokter doet dat natuurlijk niet; Wat denken ze wel! [stemmetje, aardappel in keel] Ik ben dokter! En als dokter help ik geen depressieve mensen, dat doen de verpleegstertjes maar…
A: En wat voor een dokter ben je dan eigenlijk? Ik hoop geen psychiater toch? Dan zit je altijd met dat soort hopeloze types, zeg alsjeblieft dat je geen psychiater bent?
B: [kijkt soort schuldig, zacht] Ja, ik ben psychiater…[begint te huilen]’
M: Dat lijkt me echt irritant. Ben je aan het werk, kom je allemaal ingewikkelde mensen tegen met problemen, suïcidaal, depressief, schizofreen, dan ga je lekker naar huis en hup kun je gewoon door met je werk! Ook wel lekker is de werk/privé balans altijd goed!
B: [huilt nog steeds] Het is echt zwaar, ik word er gek van soms.
A: [grapt] Zie je, het is aanstekelijk.
B: [lacht door tranen]…nou inderdaad zeg, soms lijkt het wel zo. En ik blijf altijd maar monter en opgewekt thuis.

A: Hoe heet jouw man?
B: Wim
A: Natuurlijk, Wim. Is hij echt depressief? Suïcidaal ook?
B: Nou, hij is wel heel zwaarmoedig en ook een slachtoffer. [boos] Dat vind ik zo enorm fucking irritant!
A: Maar jij bent psychiater, is hij depressief?
B: Niet echt…eigenlijk. Hij is meer…tja…zwaar op de hand of zo.
M: Die Wim is echt een slimmerd, hij wist natuurlijk al vroeg dat hij zwaarmoedig is, gaat trouwen met een psychiater nota bene, hoeft hij zelf tenminste niets te veranderen. En in ieder geval een vrouw die begrip heeft [vermoeide toon, krakerige stem] voor zijn zware leven. En dan ook nog een vrouw wiens moeder ook depressief is, dan kan hij altijd zeggen: je wist waar je aan begon lieverd!
B: [ontploft bijna] Dat is verdomme precies wat hij zegt! Ik werk me het schompes, kan nergens op adem komen, moet mijn moeder verzorgen en [sarcastische toon] mijn zielige Wim. Ik ben er echt klaar mee…
A: Dat vind ik zo mooi aan jou, dat je hier zo ontploft en thuis net doet alsof alles prima gaat, want dat doe jij toch Bianca? Ik denk dat jij thuis de keurige psychiater bent, de dokter met de mooie parelketting die alles wel in de hand heeft en sterk is. En zeker geen Mentale Knipbeurt nodig heeft.
M: [zacht, liefdevol] Lieve schat, waarom zeg jij nu niet eens thuis hoe het met jou gaat, wat jij nodig hebt, dat je het zwaar vindt.
B: [huilt] Ik probeer me zo sterk mogelijk te houden, ik wil niet dat Wim zich schuldig voelt, hij kan er ook niets aan doen en…
A: [onderbreekt] Kan er niets aan doen? Hij is gewoon een profiteur! Een man die alle ellende uitstort over jou! Een enorme egoïst! Je moet hem eens goed de waarheid zeggen! M: En dat kun je met liefde doen…kijk eens hoe moe en leeg je hier zit. Wim heeft er recht op dit ook te zien. Als je zo doorgaat ben je niet oprecht naar hem, je liegt tegen hem, hij denkt dat het wel meevalt. Natuurlijk gaat hij zo door. Weet hij veel. Eigenlijk is het allemaal jouw eigen schuld!
B: [verward, bozig] Mijn schuld? Maar hij doet…

[we zien het kwartje vallen]

B: [diepe zucht, mascara all over the place en een warme blik] Natuurlijk jongens, ik ben niet gek, ik zie het ook wel. Ik ben me bewust dat ik bang ben Wim te laten zien hoe het voor mij is en dat ik daarmee iets in stand houd. Ik ga met hem praten vanavond. Ik ga hem laten zien hoe zwaar ik het vind….[een heel relaas en plan volgt].

Bianca is duidelijk opgelucht, ze heeft haar verhaal verteltd en is vol goede intenties om het gesprek vanavond aan te gaan; ze heeft een contract ondertekend met daarop haar plan.  Ze staat op en maakt aanstalten om  de coachsalon uit te lopen. Martijn en ik gaan samen in gesprek

A: Martijn, ik denk niet dat ze het doet
M: Tuurlijk niet, ze doet nu wel alsof, maar ze is er veel te schijterig voor. Het lijkt heel wat, maar uiteindelijk is ze toch meer een verpleegster dan een dokter.
A: Wim heeft het goed bekeken.

B: [draait zich om met een grote lach]. Stelletje zijn jullie, ik ga het echt doen!

De laatste wedstrijd van een topsporter 

Pascal komt de kapsalon binnen. Een veertiger, bijdehand en goedlachs, maar hij worstelt toch met iets.

A: [enthousiast]Je bent de laatste vandaag Pascal, een goed moment, dan zijn we op ons scherpst, dus kom maar op met je probleem…
P: Nou, probleem, ik noem het meer een uitdaging.
A: Dat mag, wij noemen het gewoon een probleem!
P: De uitdaging is ‘hoe blijf ik in balans?’, dat is voor mij altijd zoeken.
A: Altijd zoeken…dat lijkt me een heel gedoe, altijd! Kun jij wel zoeken? Misschien moeten we samen zoeken? Ben je wel eens uit balans geweest?
P: Zeker, ik ben wel een paar keer langs een burn-out gescheerd.
A: [opgwekt] Een paar keer, dat vind ik mooi aan jou. Dat je daar dan niet van leert. 
P: [verdedigend] Jawel, maar het blijft lastig.
A: Tuurlijk! Wat is lastig?
P: Het is continu een gevecht tussen mentaal en fysiek.
A: Wat ik mooi aan jou vind, is dat je zo lekker concreet en duidelijk bent: “langs een burn-out gescheerd”, ”de uitdaging” , “een continue gevecht tussen mentaal en fysiek”, help me even, wat bedoel je dan?
P: [bozig] Nou dat ik meer wil, maar mijn lichaam het niet aan kan.
M: Ah, ik snap het! Je wilt topsporter zijn, maar je bent het niet.
P: Ja, ik voel me wel een topsporter eigenlijk!
A: Hoe oud ben je?
P: Ik ben vijfenveertig.
A: [vrolijk] Ah, de aftakeling is begonnen! En volgens mij is jouw leven gewoon te vol! Jij wilt alles en maakt geen keuzes toch?
P: Ja, ik heb het gevoel alsof ik altijd aan het rennen ben.
A: Toch weer die topsporter in jou. Kun je een beetje rennen trouwens?
P: Ja, best wel. Ik kan mezelf heel goed uitputten.
M: Moet ook wel natuurlijk, want je bent een echte topsporter. 
A: Weet je partner eigenlijk hoe het met je gaat?
P: [na lange stilte] uhhh, nee, eerlijk gezegd niet echt denk ik…
M:  Dat hoort bij een topsporter, die laat niets zien van zichzelf. Dat is een teken van zwakte, goed bezig dus!
P: Ik zoek oplossingen inderdaad bij mijzelf, ik sta niet echt open voor hulp van buitenaf.
A: Lijkt me ook beter, het zelf oplossen. Dat lukt al vijfenveertig jaar prima. Niets aan veranderen. Een maximizer, dat ben je!
P: Wat?
A: Je wilt alles maximaal.
M: [enthousiast] Zei ik toch: topsporter! De hele dag aan het rennen. Rennen tot het misgaat.
P: [verbaasd] Misgaat?
M: Ja, dat hoort ook bij topsport natuurlijk. Op een gegeven moment is het lichaam op,  PATS [klapt in handen].  Bij topsporters is het lichaam veel eerder op dan bij normale mensen. Ze hebben dan nog wel een hele lange weg te gaan voordat ze doodgaan met een versleten lichaam. Maar in ieder geval hebben ze qua sport alles er uit gehaald.

Pascal valt stil, kijkt roerloos naar de spiegel.

A: Topsporters worden dan nog wel op handen gedragen natuurlijk…nou ja, de sporters die zichtbaar zijn geweest op tv. In jouw geval is dat niet zo helaas, dus zullen weinig mensen het weten. Martijn en ik waarderen het zeker, dat topsporten van jou, maar verder hebben waarschijnlijk maar weinig mensen er oog voor.
M: Ja, dus dan heb je dat kapotte lichaam en niemand waardeert het…eigenlijk wel zonde als je er zo over nadenkt…
P: Ja, als je het zo bekijkt…maar wat moet ik dan?
A: [kijkt naar Martijn] Tja, is er wel iets aan te doen?
M: Lastig…
P: Ik moet vertragen, maar ik denk dat ik dat niet alleen kan.
A: Hmmm, hulp vragen is natuurlijk lastig…en voor een topper zoals jij ook wel een beetje sneu, ik zou het niet doen.
P: [weifelend] Nou ja, ik zou dat wel thuis kunnen vragen en misschien ook wel op werk.
M: Maar dat doe je natuurlijk niet, want je bent een topsporter.
A: Weet je, het hoeft ook niet natuurlijk, want je rent zo hard dat als je valt het waarschijnlijk gelijk over is. Heb je er zelf geen last meer van. Een hartaanval denk ik…
M: Je partner vindt daarna wel iemand anders  en de kinderen…kinderen zijn heel veerkrachtig heb ik wel eens gelezen. En op je werk…daar weten ze over een jaar niet eens meer dat je er was, iemand anders kan jouw werk zo overnemen en misschien nog wel beter doen dan jij…
P: [geschrokken, verbaasd]] Ja maar…..eh……ik, eh ik …
A: Precies, het gaat om jouw IK!
M: En dat is mooi dat die ik van jou er nu nog is! Ik denk ook een hartaanval Arno….Geniet er nou maar van. Het is zo voorbij!
P: [temperamentvol] Nee, ik ga er wat aan doen, ik wil dit niet, ik ga thuis praten, zo kan het niet langer….

Geef maar hier die ellende!

We zijn bij een gemeente in het oosten van het land. De dag is om, we zijn aan het opruimen als er een dame bijna struikelt over onze spullen die al buiten de kapsalon staan. [Karina is gezinscoach bij de gemeente]

M: Wat een haast! Waar moet je heen?
K [gehaast]: Ik ben op weg naar huis.
M: Nee joh, kom nog even uit hijgen bij ons!
K [twijfelt even]: uhh, wat doen jullie dan?
A: Kom nou maar even binnen!
K [loopt binnen, kwakt haar tassen op de grond en ploft neer in de kapstoel]
M: Zware dag?
K [barst in tranen uit]

M&A zijn stil en laten K even met rust

K [met betraande ogen en bozige stem] Hoe kan zij dat nou doen?
M: Wat?
K: [fel] Nou, als leidinggevende niet goed luisteren naar een expert zoals ik? Ik praat geen onzin als ik zeg dat gezinnen die ik tegenkom meer hulp nodig hebben. Die kan ik niet in de steek laten! Je kunt niet zeggen dat er soms spaanders vallen. Het gaat om mensen!!
M: Precies!
K: [feller] Ze is nieuw hier, dan moet je eerst luisteren naar mensen zoals ik die hier al lang werken en weten wat er nodig is!
M: Precies!

M&A laten een stilte vallen

M: Kijk eens in de spiegel Karina. Wat zie je?
K: [verdrietig] Ik zie een moe mens!
M: Ik ook!
A: Wat heb je nodig?
K: [groot gebaar] Ik heb lucht nodig!
A: Kun je een beetje goed ademen?
K: [fronst] Ademen?
A: [vrolijk] Doe eens voor hoe je goed ademt.
K: [gaat overdreven adem halen]
A: [langzaam]Vertraag dit eens: lang in, lang uit.
K: [begint trager te ademen, haar schouders zakken wat omlaag]
A: Hoe is dit?
K: [rustig] Ik voel me wat lichter…
M: Hoe lang draag je dit zware gevoel al?
K: [tranen wellen weer op] Te lang, vrees ik.
M: Wil je wat van je zware last aan mij geven?
K [kijkt M vragend aan] Wat?
M: [steekt zijn armen naar voren en maakt een kommetje van zijn handen] Geef maar wat van je last aan mij.
K: Oh, nou…hier dan.
M: Ik kan nog wel wat meer dragen hoor!
K: [geeft met een overdreven gebaar, alsof ze iets zwaar in handen heeft een gooi gebaar]: Hier dan!!
M: [lacht] Oef, dat is zwaar zeg!
A: Hoe voelt het nu?
K: [glimlach, verbaasd] Al iets beter!
A: Jij zorgt voor gezinnen in deze gemeente, maar wie zorgt er voor jou?
K: Nou, niet mijn leidinggevende!
M: Heb je kinderen?
K: Ja, twee. Ze zijn volwassen maar wonen allebei nog thuis.
A: Praat je met hen over je zware gevoel?
K: Nee, ik wil ze niet belasten met mijn zorgen.
A: Wil je weten hoe het met je kinderen gaat?
K: Ja, natuurlijk!
A: Maar jij gaat hen niet vertellen hoe het met jou gaat. Mooie boel!
M: Ik ga wat van die last wegleggen hoor, is mij veel te zwaar. Kan wel toch?
A: Wanneer zijn jullie als gezin samen?
K: Tijdens het eten! Daar nemen we echt de tijd voor. Dat hoort bij onze cultuur.
A: Dus vanavond ga je met je kinderen in gesprek over hoe het met je gaat dus?
K [kijkt naar de grond]
M: Zou ik niet doen hoor, veel te link, je kan hun tere zieltjes beschadigen met jouw ellende!
K [kijkt weer in de spiegel]: Ik ga het wel zeggen tegen ze.
A: En je leidinggevende? Wat doe je daar mee?
K: [gaat rechter op zitten] Die ga ik ook vertellen hoe het met mij gaat en wat het met mij doet als ze dat soort dingen tegen mij zegt!
M: Mooi! Gelukkig heb ik mijn handen weer vrij en kan ik snel een contract voor je pakken, want dit moet je natuurlijk wel even op papier zetten.

Het leven is kut!

Jessica is in de vijftig en werkt in de zorg. Vandaag komt ze de kapsalon binnen. Ze ziet er een beetje verdrietig uit.

M: Zo, dat ziet er niet best uit!
J: [verrast] Hoe bedoel je?
M: Nou, jij, dat ziet er niet best uit.
J: Zie ik er zo slecht uit?
M: Om eerlijk te zijn: ja, je gaat mij toch niet vertellen dat je lekker in je vel zit toch? Allemensen, wie hou je voor de gek?
J: [tranen zwellen op] Ik weet het, maar er is niets aan te doen.
A: [knipoog]Dan is het geen probleem, maar een feit. Dus dat is overzichtelijk.
M: Waaraan is niets te doen?
J: [verdrietig] Mijn dochter van zevenentwintig heeft een zenuwaandoening, lijkt op MS, ze heeft onlangs weer een aanval gehad. [er volgt een indrukwekkend verhaal over de ziekte, pijn, zorgbehoefte en verdriet].
J: En het is zo moeilijk om de juiste zorg te krijgen voor haar. Ik ben hierdoor al lange tijd uit evenwicht, balans is echt zoek…ik ben echt verdrietig [ze huilt].
M: [pakt de schouders van J vast, begripvol] Dat is verdrietig voor je dochter en ook voor jou! En helaas, hoe graag we dat ook zouden willen, daar kunnen wij niets aan doen.
A: [vrolijk] Je zei net “ik ben uit evenwicht”. Wat betekent dat?
J: [denkt even na]…mijn leven voelt zwaar op dit moment.
A: [vrolijk] Dat is prachtig! Stel dat het licht zou zijn, dat is te makkelijk toch? Jij houdt wel van een beetje uitdaging lijkt me. Dus dat is niet het probleem toch?
J: [glimlacht] Ik heb te weinig lucht, maar ik ben niet depressief of zo.
M: Lachte jij vroeger vaak?
J: [lichter] Ja, veel meer dan nu.
M: Ben jij een grappig mens?
J: Ja, volgens mij wel, ik was het in ieder geval.
A: Waar kon je vroeger om lachen?
J: [klaart op] Monty Python! Britse humor! We hebben hier best pittig werk. Ik mag ook heel graag harde grappen maken over onze patiënten met mijn collega’s… [geschrokken, hand voor mond] Oh, dat moet natuurlijk binnen de deuren blijven!
M: Snap ik, maak je geen zorgen, wij maken ook altijd grappen over mensen die bij ons in de kappersstoel zijn langs geweest.
A: [met lach] Heel harde grappen!
J [schiet in de lach]
M: Hee, je kunt echt lachen!
J [lacht nog even door]
A: Het lijkt er op dat jij last hebt van wat wij ‘terminale serieusheid’ noemen. Dat behandelen ze niet in dit ziekenhuis, maar wij doen dat wel.
J [gaat rechtop zitten]: Hmm, dat klinkt serieus.
A: Dat is het ook. Jij neemt het leven namelijk heel serieus. Je dochter is ziek, dat is een feit. Je wilt goed voor haar zorgen, maar dat red je niet alleen en de zorg die ze nodig heeft is er niet, ook een feit. Jij verandert daar niets aan. En nu vind jij het leven [zucht, steunt, hangende schouders] zwaar kut toch?
J: [licht] Ja, dat klopt!
M: Maar toch ben je er nog niet helemaal, die staat van terminale serieusheid, je bent er wel heel dichtbij, maar we kunnen je helpen.
A: Als je inzoomt op het leven, is het een drama. Maar als je uitzoomt een komedie! Quote van Charlie Chaplin. Kan je nog ruimte maken voor lol of laat je wegkapen door de zorg voor je dochter, dat is namelijk een keuze. Zij gijzelt jou eigenlijk, wat een gemene dochter heb je eigenlijk, jouw lol wordt door haar gekaapt. En dat doet ze helemaal expres!
J: [schiet in de lach] Nou, dat denk ik natuurlijk wel eens, maar ik zie ook wel dat het niet alleen zwaar en erg is.

J [denkt na]…het klopt dat ik er nu altijd voor kies om in dienst te staan van de zorg voor Emma, mijn dochter. En het is ook nog mijn werk hier!
A: Jij moet dus egoïstischer worden! Gezond egoïstisch! Daar behandelen jullie hier in het ziekenhuis ook niet voor, maar wij wel!
J: Ik zou graag weer de humor samen met mijn dochter willen opzoeken.
M: Nou, dat lijkt me niet makkelijk, zeker niet met een spieraandoening toch, die gemene Emma?!
J: [fel] Ze kan echt nog wel lachen hoor!!
A: En waar zouden jullie dan om gaan lachen?
J: Ik bedenk me nu ineens dat ik van haar een filmbon heb gehad. Ik zou dus met haar naar de bios kunnen, naar een leuke film, maar dan denk ik ook gelijk weer: zou ze wel 2 uur kunnen stil zitten?
A: Dat is de staat van terminale serieusheid!
M: Het leven is kut!
J [lacht weer]: Dat zag ik laatst nog op een tegeltje staan! Weet je wat, ik ga er gewoon twee van kopen: één voor mij en één voor mijn dochter. En we gaan gewoon naar de film! Tis wel goed zo al dat serieuze geneuzel!! Dank mannen, dit lucht enorm op!

Harald gaat roeien.

We zijn bij een grote kennisinstelling in Amsterdam. Harald komt binnen, een lange man van rond de veertig jaar, met een oerhollands uiterlijk. Ik zit als mentale kapper achter Harald, Harald zit recht voor de spiegels en Martijn leest op de stoel naast Harald de Panorama en wacht op zijn beurt.

A: Hoeveel problemen heb je Harald?
H [enigszins overvallen]: Uhhh, nou euh, ik denk eigenlijk maar één op dit moment.
A: [vrolijk] Dat is lekker overzichtelijk, daar houden we wel van!
H: [glimlach] Mijn grootste probleem is keuzestress; wat ik moet doen?
A: Wat heb je te kiezen?
H: Of ik hier weg ga of juist blijf…
A: [duidelijk] Dat is makkelijk: je gaat natuurlijk weg, da’s logisch!
H: [kijkt goed naar zichzelf in de spiegel]
M: Hoe lang zit hier eigenlijk al Harald?
H: Vier jaar. Helemaal aan het begin dacht ik: ‘ik moet hier 5 jaar werken als investering voor mezelf, maar Ik twijfel nu…
A & M: [geschrokken] Nee, toch?!
M: Je neemt een mega risico door weg te gaan! Als je dit achterlaat weet nooit wat je ervoor in de plaats krijgt…niet doen!
A [kruist zijn armen en schud zijn hoofd heen en weer] Precies, nooit doen!
M: Wat voor sport doe jij eigenlijk?
H: Nu niets eigenlijk, maar vroeger roeide ik veel!
M: Hoe ga je in het roeien eigenlijk om met risico nemen?
H [denkt even na] Als ik aan het roeien ben, gebeurt er eigenlijk heel veel tegelijkertijd. Ik moet zorgen dat ik gelijk roei met de anderen en ik concentreer me ook op de techniek mijn eigen haal.
A: [vrolijk] Jij bent een echte multitasker! Denk je over al die dingen na terwijl je het aan het doen bent?
H: [verward]…nee, eigenlijk voel ik het meer, ik voel of het goed gaat en zo niet dan pas ik aan wat ik kan.
A: Dat is geinig, dus je bent een voeler in plaats van een denker.
H: [glimlacht twijfelachtig] Ik denk het?
A: Je denkt wel veel voor een voeler
H [schiet in de lach] Dat denk ik ook!
M: Hoe voelt het om te zeggen: ik blijf hier nog 5 jaar!
H: [resoluut] Onverstandig.
A: Je denkt weer…
M: Stel je voor dat de stoel waar ik nu op zit is de stoel waarop je besluit: ik ga hier weg! Wil je op mijn stoel komen zitten, dan sta ik voor je op.

Harald twijfelt, knikt dan en staat op, Martijn maakt plaats en Harald gaat op zijn stoel zitten.

A: Hoe voelt het om daar te zitten?
H: Ik voel…een beetje angstig…maar…

Martijn is op de stoel gaan zitten waar Harald eerst op zat.
M: Ik zit nu op de stoel waarop je besluit bij deze organisatie te blijven. Wil je dat ik op sta zodat jij weer hier kan gaan zitten?

Harald kijkt een beetje verwonderd, hij is druk met zichzelf in gesprek en kijkt een tijdje naar de stoel waarop Martijn nu zit.
H [zachtjes] Nee, ik wil hier blijven zitten.
A: [vrolijk] Mooi! Nu je toch daar zit en weg bent bij dit bedrijf, wat ga je eigenlijk doen?
H: Een baan zoeken, denk ik…shit ik denk weer…
M: Los van die baan…hoe voelt het om te zeggen: ik ga weer roeien?
H: [grote lach] Lekker!
M: Heerlijk op de Amstel. Ga je fijn in de ochtend, zie je mensen op de fiets zich naar hun werk haasten.
H: [ontspannen] Ha, ja ik ken dat gevoel van vroeger, toen ik als student in de ochtend roeide en niets moest.
A: Jij kunt best wel goed voelen Harald!
H: [schiet in de lach] Fair enough
M: Word je blij van dat gevoel?
H: Zeker, maar ik ben bang dat ik me onzeker ga voelen dat ik niet werk..
A: Dat lijkt me ook logisch, jij bent natuurlijk niet goed in je werk, daarom wil niemand je hebben!
H: [lacht] Ach welnee, ik ben heel goed!
M: hoe groot is de kans dat jij nooit meer aan de slag komt, nu we toch even rationeel bezig zijn en niet op gevoel varen?
H: [grote grijns] Nihil! Dat lukt echt wel!
M: Ik vraag het je nog één keer: wil je terug in deze stoel?
H: Nee!

Voordat Harald de kapsalon verlaat tekent hij een contract (met zichzelf) dat hij binnen een half jaar zijn baan opzegt.

Alina in de eendenstront

We zijn bij een internationaal bedrijf in de randstad. Veel jonge hard werkende professionals rennen hier rond. Alina is er één van. Ze komt gehaast binnen en ziet er uitgeblust uit als ze in de kappersstoel gaat zitten.

M: Nou, gooi het er maar uit zou ik zeggen!
Al: Ik denk er over om in therapie te gaan.
M: [schrikt] Wat! Therapie? Hoezo, hoe lang denk je daar al over?
Al:Best lang
M: Dus dat denken heeft nog niet echt geholpen?
Al:…Nee.
Ar: Dat vind ik wel mooi aan jou, jij lijkt me een superslimme vrouw, er werken hier alleen maar slimmeriken. Maar toch kom je er met al jouw slimheid niet uit! Waar heb je therapie voor nodig eigenlijk?
Al: [bescheiden] Ik denk dat mijn werk-privébalans niet goed is
Ar: Hoezo?
Al: Nou, als ik stress op werk ervaar dan voel ik me slecht, ook als ik daarna thuis ben blijf ik maar gestressed. Er is veel druk.
M: Haal die druk dang gewoon weg! Wat gebeurt er dan?
Al: Dan blijf ik maar nadenken over wat er mis ging..
Ar: Leuk! Je blijft gewoon veel nadenken! Goed bezig! Toch?
M: ]lacht] Ik denk…sorry voor het woordgebruik, dat je wel dertig keer “ik denk’ gezegd hebt.
Ar: Ja, dat denk ik eigenlijk ook! Houd je van denken?
Al: Nee, ja, ik denk…..shit, nee!
Ar [heel fel]: Stop er dan mee!!
Al: Dat wil ik ook wel, maar mijn hoofd luistert niet.
M: Mmmmm, dus je komt er met denken niet uit….es ff denken….wat ben je nog meer? He, ik zie ook dat je een lichaam hebt. Gebruik je dat dan wel eens?
Al: [lacht] Hoe bedoel je?
M: Ga je op zo’n moment wel eens dansen of heel bewust ademhalen?
Al: Ja, ik probeer wel ademhalingsoefeningen te doen…
Ar [breekt in]: Als je nu in een auto zou zitten, welk tempo rijdt je dan, hoe snel gaat dit gesprek?
Al: Oh, best hard.
Ar: We gaan een oefening doen, sluit je ogen, haal eens heel diep adem, en ontspan je lijf.

Alina sluit haar ogen, is zich bewust van de ademhaling en gaat moeiteloos met ons mee. Het gesprek vervolgt met gesloten ogen. Lagen stem en vertraagt tempo door ons.

M: Stel je voor dat je in de auto zit, ben je dan op de snelweg nu?
Al: Ja!
M: Op de linkerbaan misschien?
Al: Ja!
M: Rijd je harder dan mag? 130 ofzo?
Al: Ja!
Ar: Hoe voelt dat? Let eens op ademhaling en hartslag.
Al: hmmm, best wel oncomfortabel…Mijn hartslag is snel en ademhaling ook.
M: Zullen we eens rustig naar rechts gaan, naar de minder snelle baan? En dan misschien een afslag nemen naar een klein weggetje?
Ar: vergeet niet je richtingaanwijzer aan te zetten!
M: Kijk eens rond, waar ben je nu?
Al : Ik ben op een soort landweg, het is rustig, ik zie bomen, slootjes, weilanden en eenden [grote glimlach]
M: zullen we even parkeren hier?
Ar: En misschien bij de eenden zitten?
Al: Ja, graag.

  • Er valt een korte stilte –

M: [traag, lage stem] Wat gebeurt er nu Alina?
Al: Ik voel mijn lichaam, het voelt zwaar
Ar: En hoe gaat het met je hersenen?
Al: Ik hoor mijn stem nog steeds, die blijven malen en dat is vervelend.
Ar: Zullen we dan nog even stil zijn?

  • We laten een lange stilte vallen – we vinden het opmerkelijk hoe makkelijk Alina meegaat in deze sessie, ze lijkt telkens meer te ontspannen.

Al [opent haar ogen weer]: Dat was fijn! Er probeerden veel gedachtes binnen te komen, maar ik kon ze weg houden, ik had mijn focus op wat ik zag.
Ar: Het is voor een mens normaal om 100.000 gedachtes op een dag te hebben, dus knap als je er nu even een paar buiten houdt.
M: Als er nu iets gebeurt waardoor je weer ‘aan’ gaat en je je hoofd voelt versnellen, geeft dat stress, denk je?
Al: …nee, ik denk dat ik het nu wel weer even aan kan eigenlijk.
M: En hoe zorg je er dan voor dat je weet wanneer het tijd is om weer naar de afslag te bewegen als je te hard aan het rijden bent?
Al [denkt even na] … als ik op mijn dashboard kijk en zie dat ik 130 ga zet ik mijn richtingaanwijzer aan…
Ar: Hoe vaak moet je dat gaan doen, denk ik
Al: Nu wel twee tot drie keer per dag
Ar: Heb je daar hier een plek voor ergens op kantoor, een ruimte?
naar de eenden
Al: Ja, die is er wel
M: Fijn, ruim je dan wel even de eendenpoep op als je daar weer weggaat?
Al [schiet in de lach]: Met plezier! Dank jullie wel, dit was fijn!!

Kayleigh zit in de cel

We zijn bij een groot techbedrijf in de Randstad. De werknemers komen van over de hele wereld en zijn bijna allemaal dertigers. Kayleigh stapt beetje verhit de kapsalon in en ploft neer.

K: Zo, lekker om even te zitten en niets te moeten
A: Moet je normaal veel van jezelf?
K: Nou, moeten…het is gewoon druk in mijn leven: ik werk lange dagen en thuis is het ook best hectisch. Nu even lekker zitten zonder doel is fijn.
A: Dus je moet het allemaal niet van jezelf?
K: [glimlacht]..nou eigenlijk wel…
A: Zullen we dan samen even stil zijn [sluit zijn ogen, Martijn doet dat ook]
– nog geen 20 seconden verder –
K: Had ik al gezegd dat ik moeder ben geworden?
A: [opent één oog] Ssstt
– paar seconden later –
K: Ze heet Diana…mijn dochter…
A [opent beide ogen] Sta jij altijd aan?
K [denkt even na] Ja, ik denk het wel eigenlijk.
M [is weer in zijn blaadje verdiept] Ik lees hier dat mensen die altijd aan staan een grote kans lopen om in een burn-out te raken.
A: Wie staat er op plek één bij jou?
K: [direct] Mijn dochter! Mijn partner ook wel en vrienden…en mijn werk is ook belangrijk voor me…
A: Fijn dat jijzelf niet in dat rijtje voorkomt, vind je niet? Dat vind ik zo mooi aan jou: jij bent een grenzeloze vrouw, iedereen kan zomaar bij jou binnenlopen en aandacht opeisen. Je bent eigenlijk net zoals een Europese grens, die houdt ook niets tegen.
K [lacht en schuift een beetje heen en weer op haar stoel] Nou, dat valt wel mee hoor…
A: Wie is jouw grensbewaker?
K: Ik denk mijn dochter.
A: Hoe doet ze dat dan?
K: Nou, door haar stop ik met werken of huishouden…
M: [breekt in] Oh, je bedoelt dat ze jouw cipier is!
K: Wat?
M: Nou, zij bepaalt dat ze jouw tijd opeist toch? Zij bepaalt wanneer je celdeur opengaat en je naar buiten mag. Dat je buiten mag spelen…met haar.
K: Maar ik vind dat leuk om met haar te spelen.
A: Wanneer heb je voor het laatst alleen gespeeld?
K [denkt even na] Tijdens mijn zwangerschapverlof heb ik gekleid, dat was leuk!
M: Daar moest je natuurlijk mee stoppen, want met vieze handen kan je hier echt niet werken.
K [lacht] Ik heb er gewoon even geen tijd voor nu!
A: Precies! Je zit weer in de cel, op water en brood.
K: Nou…
A: Ja, je hebt jezelf weer in de gevangenis gezet van hard werken, presteren en jezelf afmatten! Achter de tralies! Heerlijk toch?! Hoeveel tijd zou je willen kleien?
K: Hmmm, een uurtje?
A: Een uurtje luchten op de luchtplaats per dag?
K: [verschrikt] Neee! Dat gaat nooit, daar heb ik de tijd niet voor! Per week bedoel ik.
M: [steekt zijn handen omhoog en zwaait er mee rond] Ze zien je al komen hier, elke dag vieze papieren in het kantoor en op de crèche gaan ze vragen stellen waarom je dochter elke dag zo vies wordt afgeleverd.
K: [lacht hard] Nou, ik denk dat ik echt al heel blij ben met één uur in de week kleien hoor.
A [serieus] Dat lijkt me onhaalbaar voor jou. Eén heel uur in de week? Pfoe..Nu alleen nog zien te ontsnappen uit je cel, want die klei komt niet vanzelf binnen!
K: [verward] Eén uur in de week moet toch gewoon kunnen?
M: Ik zie het ook niet zo snel gebeuren Kayleigh! Ik lees net dat ze de beveiliging in dit soort gevangenissen gaan opschroeven. Teveel gedoe met gedetineerden die willen uitbreken om te gaan kleien.
K [lacht weer] Ik snap wat je bedoeld, maar ik ga dat gewoon doen! Ik regel het gelijk als ik zo weer naar buiten loop.
A: [staat op en loopt naar de deur] Nou vooruit, ik doe de celdeur wel voor je open. Je bent vrij!

Kayleigh loopt energiek en met een grote lach naarbuiten. Ze draait zich nog één keer om.
Dankjewel mannen! Ik ga het direct regelen.

Mike wil haar in zijn koffie.

We zijn bij een grote fintech-organisatie. Mike komt de coachsalon binnen. Een dertiger die er moe uitziet. Hij is zwart gekleed.

Ma: Is zwart jouw kleur, Mike?
Mi: [verrast] Ja!
Ma: Is het ook zwart in je hoofd?
Mi: [verbaasd] Nou, wel een beetje… Ik pieker veel.
Ma: Dat is mooi! Geef eens een cijfer aan hoe je je voelt.
Mi: Eh, ik denk een mager zesje…
Ma: Een mager zesje, voor iemand in deze hightech organisatie is dat wel wat aan de lage kant….waar ligt dat aan?
Mi: [lacht] Ik denk aan mijn werk, maar het kan ook aan mij liggen.
A: Ik denk dat het aan Mike ligt Martijn….kijk ‘em nou zitten…helemaal in het zwart in deze digitale en hippe omgeving…hij past hier gewoon niet, hij lijkt me ongelukkig.
Ma: Eerst ff wat anders Mike! Is er iets mis met jou?
Mi: Uh….Nee…volgens mij niet…
Ma: Dus als het niet aan jou ligt, dan is het toch je werk? Dat lijkt me de logische conclusie toch? Wegwezen dus!
Mi: Ja, dat dacht ik ook en daarom nam ik tijd vrij om erover na te denken en toen raakte ik in stress om over ander werk na te denken…
A: [vrolijk] Dat vind ik wel mooi, je neemt vrij om na te denken over jouw werk en dan krijg je alsnog stress…..dus hoe meer je vrij neemt, hoe meer stress je ervaart!
Mi: [lacht verward] ja, nou, nee toch? 
A: Hoeveel tijd ben je dagelijks aan het werk?
Mi: Minimaal van 9 tot 6. 
A: Minimaal, dus het is meestal meer toch? Wil je minder werken?
Mi: Ja!
A: Nou, dan doe je dat toch? Maar dat lijkt me in deze context van hardwerkende, carrièregerichte collega’s en high performance cultuur onmogelijk….wegwezen dus!
Ma: Mike, waar word je nou echt blij van?
Mi: [veert helemaal op] Van koffie maken!
Ma: Wat voor koffie zou je voor mij maken?
Mi: [energiek, ‘aan’] Houd je van zwarte koffie?
Ma [knikt]
Mi: Nou, dan begin ik met het malen van 50 gram verse koffiebonen van merk X en dan verhit ik water tot… [Er volgt een heel verhaal over het bereiden van koffie,  het enthousiasme en de energie spat ervan af]
A [springt op]: Die koffie wil ik ook!
Ma: Wanneer ga je die voor ons maken, Mike?
M: [zakt weer in, diepe zucht] hmm, het hebben van een eigen koffietent is meer een droom.
A: Tsja……een droom….ik zie het jou ook niet doen…blijf lekker dromen en stress hebben….dan zien we je wel als je opgebrand bent. Net als koffie, die wordt ook gebrand, toch?
Mi: [glimlacht] Je hebt ook gelijk….ik denk er al heel lang over na
Ma: En van nadenken krijg je stress…..ga je te veel koffie van drinken….niet doen!
Mi: [lacht] Jullie hebben gelijk mannen, ik heb namelijk wel een plek waar ik een soort pilot kan doen…
A: [verbaasd] Wat? Waar?
Mi: [lacht, schudt zijn hoofd] Ik ga het echt doen….mijn kapper heeft ruimte in zijn zaak en wil er graag een barista bij hebben, daar hebben we het al over gehad.
Ma: [lacht] Nou, dan moet je wel oppassen dat je geen haar in je koffie krijgt!
A: Harige koffie, klinkt wel hip! Mike’s Hairy Coffee!
Ma: Hoeveel haar wilt u in uw koffie?
Mi [glundert] 50 gram natuurlijk!!! 
A: wil je je haar geknipt of gemalen?
Ma [wat serieuzer]: geef nu eens een cijfer aan je gevoel, Mike.
Mi: een 8!
Ma: Gefeliciteerd met je nieuwe zaak Mike
A: We komen in januari wel langs! Mag je kapper ons een Knipbeurt geven, en drinken wij jouw koffie in Mike’s Hairy Coffee!!!

Sara en het Imposter syndroom

Er komt een jonge vrouw opgewekt de coachsalon binnen, ze stelt zich voor als Sara.

A: Ben je een beetje een Sara?
S: Ja…volgens mij wel.
A: Stel dat je Astrid had geheten.
S: [kijkt vies] Nee…
A: Heb je nog meer namen?
S: Nee, alleen een achternaam.
A: En?
S: Balovi
A: Daar is er maar eentje van toch?
S: [vrolijk] Nee, er is er nog eentje heb ik via LinkedIn ontdekt.
A: Maar jij bent veruit de leukste…wat is eigenlijk het probleem?
S: [terug op aarde] O ja, het probleem is dat ik het niet leuk vind om thuis te werken.
A: Oké, wat is daarvan het probleem?
S: Ik word er ongelukkig van.
A: Waarom ga je dan niet weg? Naar een andere baan? Dat zou ik doen.
S: Ja, daar ben ik mee bezig.
A: Mooi. Opgelost dus.
S: Het punt is dat ik het moeilijk vind om mezelf te promoten.

M: Wacht even Sara, eerst was het probleem dat je het niet leuk vindt om thuis te werken, nu is het dat je jezelf niet kunt promoten…
A: Wat voor promotiemateriaal heb je al ontwikkeld?
S: [luide lach] Nou, toevallig heeft mijn werkgever een profiel van mij opgesteld, als consultant.
A: Dat doe je fantastisch! Jouw baas maakt jouw promotiemateriaal. Dus dat is opgelost! Dus wat is het probleem?
S: Nou ja, je moet wel in gesprek gaan met mensen…en op papier lijkt het wel wat.
M: Maar in het echt is het dus slecht! Waardeloos!
S: Ja, ik heb het Imposter syndroom!
M: Lieve Sara, eerst vind je thuiswerken niet leuk, dan kun je jezelf niet promoten en nu heb je weer een ander probleem: het Imposter syndroom…
A: Help mij even, wat is ook alweer het Imposter syndroom?
S: Dat je bang bent dat je door de mand valt. Dat je niets voorstelt.
M: Maar dat is bij jou feitelijk ook zo toch? Dus dat klopt gewoon.
S: [luide lach] ….
A: Ja lach maar…wat stel jij nu eigenlijk voor Sara Balovi?
S: Ja…dat is een goeie…
M: Ja precies, als je niets voorstelt…kun je jezelf dan even voorstellen?
A: Dat wordt heel kort
S: [lacht] nou echt wel…ik stel echt wel wat voor!
M: Oké, ga staan en stel jezelf voor
A: [applaus] Dames en heren, Sara Balovi!!! [joelt]
S: Nou ja… euhh…Sara, 34 jaar, psychologie gestudeerd…ik neem een podcast op…ben analytisch…creatief…me aan het omscholen tot Business Intelligence consultant…goed in data research…[en ze benoemt nog een aantal dingen].
A: Mooi…hoezo psychologie…moest dat van je ouders? Die zeiden, jij hebt imposter-syndroom. En toen dacht je ik wil weten wat het is en ga psychologie studeren…Wat is nou de kern van het probleem?
S: [lacht] Onduidelijkheid….dat ik zelf niet duidelijk ben!
M: Net toen je je voorstelde was je duidelijk. Wat wil je nou?
S: [duidelijk] Ik wil die Business Intelligence kant op!
M: Mooi. Dat gaat lukken toch?
S: Ja!…denk ik wel…al is het niet honderd procent zeker [lacht om haar eigen uitspraak]

A: Las jij vroeger de boeken van Grimm?
S: [verbaasd] euhh…nee…wel Harry Potter.
A: Mooi. Dus je gelooft wel een beetje in sprookjes…
S: [lacht hard] Ja, nou!
A: [dromerig] Er was eens een jonge mooie vrouw, ze heette Sara, ze had goudblonde haren en een vrolijk gezicht…alleen haar brein was een soort computer. Ze kon sneller denken dan het geluid. Ze noemde haar wel ‘Quantum Sara’! Als ze aan het denken was ging dat zo snel, dat ze ook haar gedrag erop wilde aanpassen. Maarrr, ze kon niet vertragen…dat was haar lot.

Sara wordt stil…

A: [serieus] Als ik wat tegen jou zeg, zie ik jouw brein op hol slaan…de vonken vliegen bij wijze van spreken uit je hersenpan…haal eens heel diep adem.
S: [Diepe zucht] …ik weet ook echt wel waar ik goed in ben, dat BI verhaal kan ik, vind ik leuk en wil ik in verder. Eigenlijk is het heel simpel en duidelijk. [ondertussen zit Sara aan haar ring te draaien]

M: En Quantum Sara had een geheime ring…,daar zat ze de hele tijd aan te draaien. En als het leven te snel ging…draaide ze de snelheid terug…haar ring werkte als een vertrager….

Sara raakt geëmotioneerd.

A: Vertel?
S: Die ring is speciaal voor me. Hij was van mijn moeder. Ze overleed twee jaar geleden.
A: Dus als jouw tempo te hoog is…draai je aan de ring. Dan haal je diep adem… en dan voel je of je op het juiste pad zit.

S: [hele diepe zucht en ontspant zichtbaar, met glimlach, kijkt naar haar ring] Ja, ik weet ook wel dat ik op de juiste weg zit, heb ook veel zin in het nieuwe avontuur. Gek genoeg voelt het draaien aan de ring als een heel goed idee…om even te vertragen, tempo omlaag…[ze kijkt vrolijk en gedecideerd op] Ik weet dat ik op de goede weg zit. Het klopt!

M: …ze leefde nog lang en gelukkig!

Sara lacht, oogt opgelucht en dankbaar.

Veronique zit in de schuldsanering

We zijn bij een overheidsorganisatie in het noorden van het land. Veronique komt de coachsalon binnen. Een verzorgde en vermoeid uitziende vrouw.

M: Hai Veronique, welkom welkom. Hoe zit je hier? De klok loopt! 15 minuten. Hoe zit je hier.
V: [strak gezicht] Gespannen…
M: Goed zo! Daar zijn we gek op. Net als spannende films met een cliffhanger.
V: [nerveuzig] Ik weet niet wat er gaat gebeuren.
A: Dus jouw probleem is dat je alles onder controle wilt hebben. Toch?
V: [verbaasd]
A: En wat gebeurt er als je dat loslaat?
V: [onzekere lach] Weet ik niet, dat doe ik nooit!
A: Dan heb je wel een echt probleem. Hebben we oplossing voor….
M: Wat heb je een mooi pak aan eigenlijk.
V: [opgelucht] dank je!
M: Heb je goed over nagedacht toch? Voordat je het aantrok? Speciale dag, speciaal pak.
V: Nee, dat heb ik zo gepakt….
A: [doorkruist] Geinig, je pak gepakt. Pak je pakje.
V: [in de war, kijkt in de spiegel naar Arno dan weer Martijn] euhh, ja?
A: Dus je kunt het wel……gewoon iets pakken zonder de controle los te laten. Knap eigenlijk.
M: Wat is eigenlijk het probleem?
V: Ik worstel wel eens met een rol.
M: [schiet in de lach] Ik zie het helemaal voor me? Jij, Veronique worstelt met een rol
A: [guitig, tikje tegen been] Ben jij dan van bovenop of onderop!
V: [harde lach] bovenop natuurlijk!
M: En met welke rol worstel jij dan eigenlijk?
V: De adviseursrol, als mijn advies niet wordt opgevolgd. En dat ik vervolgens later wel de consequenties voor mijn voeten krijg..
M: Dan adviseer je niet duidelijk genoeg.
V: Ik adviseer als expert op mijn vakgebied, en leg ook uit wat de gevolgen kunnen zijn van andere keuzes. Tja, als ze dan niet luisteren…..
M: Precies! Dus wat is dan jouw probleem?
V: Dat ik tóch de schuld krijg, daar baal ik van! Dan moeten ze ook de integrale verantwoordelijkheid pakken…
A: Integrale verantwoordelijkheid? Is dat een managementterm? Klinkt lekker duidelijk…
V: Ja, dat betekent als een directeur dan de keuze maakt, hij ook de consequenties durft te dragen…
A: Tja…..maar die redt zijn hachje toch? Dus wel de lusten, niet de lasten..
V: Maar dat is toch niet eerlijk?!!!
M: Lieve Veronique, als je bij zo’n grote organisatie werkt als jij, dan is het niet altijd eerlijk….dat duurt te lang. Ze zeggen wel het langst…..
V:[brede lach] En de directeur wil natuurlijk snel scoren!
M: Precies!
V: Dus geven ze mij de schuld…
M: En terecht! Als deze Knipbeurt niet goed uitpakt, geven we jou gewoon de schuld.
V: [lacht] Maar daar kan ik toch niets aan doen?!
M: Wel! Dan geef je de verkeerde antwoorden, jouw schuld!
V: Sodemieter op! Ik doe gewoon wat ik denk dat goed is, dat is dan toch niet mijn schuld?!
A: Hoe doen ze dat eigenlijk? Ik vind ook, je mag een gegeven schuld niet in de bek kijken!
V: [glimlacht] euhhh
A: Weet je, als ze je de schuld geven, geven ze je dan echt iets? Wordt er iets overhandigd? Dan hou je toch gewoon je handen op de rug en valt die schuld lekker op de grond kapot.
V: Wat bedoel je?
A: Gewoon, je neemt de schuld gewoon niet aan! Ik hoef em niet, de schuld. Beste directeur, hou em lekker zelf. Dat noemen we integrale verantwoordelijkheid hier!
V: [schiet in de lach]. Ja! Dat ga ik doen! Waarom accepteer ik de schuld eigenlijk. Ik neem hem gewoon niet aan!
M: Juist! Beste directeur, fijn dat je me de schuld geeft……maar weet je, ik hoef em niet!
V: [harde lach] Ik zie het helemaal voor me, heerlijk! Wat suf eigenlijk dat ik de schuld aanneem. Dat ga ik gewoon niet meer doen!
A: Je zit nu in de schuldsanering! Je ruimt alle schulden op! De directeur is schuldeiser, maar jij zit in de schuldsanering. Dus je saneert de huidige schulden en je maakt geen nieuwe meer!
V: [lacht hard] Ja! Ik neem gewoon geen nieuwe schulden meer op me. Ik maak duidelijk dat mijn advies goed is, hij ermee doet wat hij wil, en vervolgens ook de consequenties draagt. En achteraf bij mij aankomen is er niet meer bij!
M: Zeg dat nog eens:
V: [met overtuiging] Ik neem geen nieuwe schulden op me! Mijn advies is goed! Hij draagt de consequenties en BASTA!!