Ongewenst op papa’s begrafenis.

Edwin komt de coachsalon binnen. Het voelt ‘zwaar’

M: Kom zitten kerel. En vertel direct wat je probleem is. We hebben niet veel tijd.
E: Het is best wel een ingewikkeld probleem.
M: Ok. Voor de draad ermee. Hoe sneller we op de kern zitten, hoe sneller we het kunnen wegnemen.
E: Ja, het is best wel ingewikkeld…euh. Een collega van mij is eruit gewerkt en heeft het daar moeilijk mee….
M: Jammer voor hem
E: Ja, en mijn zus zit in een vechtscheiding
M: Jammer voor haar
E: Ik wil ze graag steunen maar het gaat soms te ver. Ik slaap er slecht van.
A: Je bent heel goed in het overnemen van andermans problemen! Mooi!
E: En het is een olievlek. Iedereen komt maar naar mij toe en ik…
M: Je kunt er ook een eigen probleem tegenoverstellen. Of heb jij niet echt een probleem?
E: Ja ook nog. Maar dat is nog ingewikkelder.
A: [wrijft in zijn handen]Top! We zijn heel goed in ingewikkelde problemen! Nu al zin in!
M: [zucht en kijkt ongeduldig op horloge] We hebben al drie minuten besteed aan problemen van anderen. Nog maar tien minuten voor jouw eigen probleem. Vertel het ingewikkelde probleem zo kort mogelijk.
E: [na stilte en geëmotioneerd] Mijn vader is kortgeleden overleden en ik was niet welkom op zijn begrafenis.
M: Heb je wel afscheid kunnen nemen?
E: Niet bij leven.
M: Ben je wel op de begrafenis geweest?
E: Ja. Maar het was niet te doen. Zoveel spanning en ontkenning van mij en mijn gezin.
M: Hoe zwaar was het?
E: Verschrikkelijk. Heel zwaar. Ook voor mijn zus, die was ook niet welkom. Het was zo kut. Niet normaal.
A: Heb je wel afgerond met je vader? Met het overlijden?
E: Nee we zitten er nog midden in. Erfenis, ingewikkeld. We zijn ook nog onterfd maar hebben wel recht op kindsdeel.
M: Complimenten Edwin!
E: [verbaasd]. Waarmee?
M: Nou, het is inderdaad een ingewikkeld probleem…maar wat is eigenlijk precies het probleem? De begrafenis is al geweest, dus dat is een feit. Wat is het probleem dan ook alweer?
E: Nou ja..euh.
A: Precies, je weet het niet. Dus misschien is het wel niet echt een probleem. Maar ben je teleurgesteld dat anderen jou nu in de steek laten. Jij die altijd iedereen helpt. En ik snap wel dat je bent onterfd, je bent niet welkom op de begrafenis, maar gaat toch. Lekker dan! Ben je altijd zo tegendraads?
E:  Nee. Integendeel.
M: Is het afgerond? De relatie met je vader? Zou je nog iets willen doen om goed afscheid te nemen?  
E: In overleg met de begrafenisondernemer hebben we wel stiekem een brief in de kist kunnen smokkelen.
A: Boefje! Stiekem.
E: [grote glimlach]Ja, dat had mijn vader mooi gevonden, als hij het zou weten.
M: Wat zou je nog willen doen voor je vader? Of voor jezelf?
E: We zijn bezig met een levensboek voor hem…….. Maar een eigen ceremonie zou wel mooi zijn!
[Edwin gaat in gedachten]
M: Waar ga je de ceremonie doen?
E: In ouderlijk huis kan niet, is ingewikkeld. Maar in Zwolle zou mooi zijn. Daar zijn we heel gelukkig geweest.
M: Mooi, wanneer ga je dat doen?
E: De komende vakantieperiode zou kunnen. Dan heb ik nog even tijd om het te regelen
M: Mooi, Zwolle in de vakantieperiode. Wie ga je uitnodigen?
E: Mijn gezin met aanhang en ook mijn zus met haar zoons. [Weer in gedachten, opgelucht en glimlach]
A: Ik zie dat je de ceremonie al aan het uitdenken bent, toch?
E: [vrolijk] Ja! Ik zie het helemaal voor me en weet exact hoe ik het wil. Dit is precies wat ik nodig had.

Na deze sessie kijken we elkaar aan. Wow, dit was best heftig. Maar te gek hoe we Edwin in beweging hebben gekregen. Waardevol!

Een begrafenisspeech voor Elise

Elise is vrolijke dame die kordaat de coachsalon binnen stapt, ze is op advies van een collega bij ons gekomen.

A: Wat is het probleem?
E: Ik heb eigenlijk niet iets…
A: Nou, dan zijn we klaar. Zullen we het over de vakantie hebben?
E: Ja, ook niet. Maar ik weet het niet precies.
A: Wat voor werk doe je?
E: Ik werk op de afdeling support in dit ziekenhuis
A: Dus je bent een ondersteuner.
E: Ja…
A: Maar dat is niet het ding toch?
E: Nou, er zijn collega’s die….
M: [onderbreekt] Ja wacht eens even! Je hebt geen probleem toch? Dus ga je niet over je collega’s beginnen.
E: [begint nerveus te giechelen] Getver
A: Dus wat is nu het probleem? Is het je relatie?
E: [meer gegiechel]….nee ook niet.
A: Daarin ben je ook de ondersteuner toch? Jouw partner heeft jou heel hard nodig
E:[grote lach] nou en of, die vergeet alles en als ik…
M:[onderbreekt] Eerst jouw collega’s en nu jouw man! Is het een keer afgelopen?
A: Dus jouw collega’s hebben een probleem, jouw man heeft een probleem en jij lekker niet! Top!
E: Ja, getver…ik weet het gewoon niet helemaal…

M: Weet je Elise? Ik heb het gevoel dat jij helemaal nooit voor jouzelf kiest!
A: Als jij niemand kunt ondersteunen dan BEN je niemand.
M: Ik voel een begrafenisspeech aankomen…
A: [gaat voor Elise staan en spreekt plechtig]. We zijn hier samengekomen om afscheid te nemen van Elise. Ze koos altijd voor anderen en als er niemand was om te ondersteunen, wie was ze dan eigenlijk? Had ze een eigen leven? Had ze dromen? We moeten het vragen aan iedereen die ze heeft ondersteund. Maar dat gaat helaas niet, want die zijn allemaal omgevallen nu ze er niet meer is….
E: Oh gadverdamme!! Wat erg! Dit denk ik wel eens! Die mensen kunnen toch hun eigen leven wel leiden.
A: Dus Elise, wat is JOUW probleem?
E: Dit WIL ik helemaal niet. Ik wil helemaal niet over mijzelf praten. Dat is toch niet zo belangrijk? Ik wil het liever over anderen hebben…
M: Ook mooi voor in de speech….Elise vond zichzelf niet belangrijk. Haar leven stond helemaal in dienst van anderen….ze was eigenlijk de Twentse moeder Theresa. Moge ze in vrede rusten…
E: [nerveuze giechel]. Ik wil dit niet horen! Maar het klopt wel. Hoe doen jullie dit…?
A: Dus wat is JOUW probleem?
E: [timide in de stoel] Ik kies nooit voor mijzelf.
A: Maar dat is fantastisch! En ook logisch. Anderen zijn natuurlijk veel belangrijker; jij staat in dienst van de rest. Bovendien, wie zit er nou op jouw problemen te wachten? Die los jij zelf wel op toch, net als alle problemen van anderen…
E:[bijna schuchter] Maar dat is het natuurlijk precies. Ik los alle problemen om mij heen op. Maar mijn eigen problemen…
M:[geschokt] Problemen? Dus meer dan ééntje? Je komt binnen zonder probleem en nu heb je ineens meerdere? Ik raak helemaal in de war!
E: Ik zou heel graag meer ruimte voor mezelf hebben.
M: Ja, dat willen we allemaal. Meer ruimte. Maar jij toch niet? Jij hebt dat toch niet echt nodig? Anderen hebben dat nodig, maar de Twentse moeder Theresa moet anderen helpen en ondersteunen.
A: Dus Elise, wat ga jij voor jouzelf doen! Wandelen misschien? Helemaal alleen?
E: Zoiets lijkt me heerlijk ,maar de komende wordt heel lastig. Het is druk op mijn werk, mijn partner start met een nieuwe baan en mijn moeder gaat naar een verzorgingstehuis. Dus die verhuizing moet…
M: [staat op en zegt boos] Ik ben klaar met je Elise. Met heel veel moeite trekken we een probleem uit jou en dat blijkt ook nog een schot in de roos te zijn. Dan komen we ook nog eens met een oplossing waar je helemaal blij van wordt. En dan begin je te wauwelen waarom dat niet kan….weet je: wij stoppen ermee!
E: Nee! Niet! Het helpt! Ik wil echt…[Elise valt stil en wij doen dat ook]

E: [na een lange stilte] Jeetje jongens, wat ik ben echt in mijn kern geraakt. Ik hou mezelf continu voor de gek, maak me druk om anderen en kom niet aan mijzelf toe. En dat lijk ik prima te vinden. Ik wuif het altijd maar weg. Jeetje! Wat komt dit binnen zeg…[Elise lijkt beetje verdoofd]

M: [schuift stoel beetje naar voren en praat op zachte toon] Weet Elise…ik geloof je niet! Volgens mij neem je ons in de maling en ga je helemaal niets veranderen!
A: [schuift stoel ook iets naar voren] Ik ben bang dat het bij woorden blijft…..
E: [gaat rechtop zitten en kijkt ons vastberaden aan]. Ik ga het WEL doen! Ik ga WEL die ruimte voor mezelf maken. Ik heb al eens in mijn eentje een vijfdaagse trektocht gemaakt. Ik kan dat! Het was heerlijk. Dat ga ik weer doen.
M en A: Ja, ja….tuurlijk joh. Je denkt toch niet dat wij dat……
E: [vol overtuiging] ECHT!
A: Ok, we gaan het opschrijven. We hebben een contract voor je.
E:[begint keihard te lachen]. Kom maar op! Ik ga in november een week lang alleen wandelen net zoals eerder! Heerlijk…

De droom van Orlando

Een grote Surinaamse man komt de coachsalon binnen met een grote lach en warme uitstraling. Als hij spreekt klinkt het relaxed, zangerig met een altijd aanwezige tevreden ondertoon.

A: Mooi dat je er bent. Hier komt iemand zo relaxed binnen. Ga lekker zitten…
O: Ik vind het wel spannend.
A: Dat snap ik, mensen met een groot probleem vinden het vaak spannend om hier te komen zitten.
O: Oh, ik heb een luxeprobleem, denk ik.
A: Vind ik mooi; past bij je. Je ziet eruit alsof je van luxe houdt man. Te veel geld?
O: [Grote lach] Ook
A: Te veel vrouwen?
O: [luide lach] Ook
A: Geen probleem toch? Don’t worry about a thing…..everything is gonna be allright…
M: Hoe heet je eigenlijk?
O: Orlando.
M: Yo Orlando, met zo’n naam man…geen zorgen!
O: Het probleem is dat ik me aan het ontwikkelen ben als gedragsspecialist en dan doe ik pedagogische wetenschappen. Ik wil me inzetten voor mijn land…..Suriname. Maar als ik om me heen luister, is het niet verstandig om te doen. Ik hoor veel verhalen van anderen, en die moedigen me niet aan.
A: Dus jij laat je snel afschrikken.
O: Nee man, maar ik wil niet te koppig zijn. In Suriname zien ze mensen die uit Europa terugkomen als mensen die het beter weten.
A: En dat is ook zo toch? Dus dat klopt.
O: Ja man. Ik wil wat betekenen op macro niveau.
A: Goed doen! Macro is mooi! Beter dan Mocro toch?
O: [grote bulderende lach] jiehii, Macro en Mocro man. Mooi.
M: Wat houd je tegen? Ik snap het niet. Je vertelt jezelf al dat het niet lukt. Je bent toch je wilde haren al kwijt
O: [wederom bulderlach] ja man….ik ben verstandig nu.
M: Is het echt jouw droom?
O: Ja man, altijd.
A: Altijd?
O: Ja, van kinds af aan.
M: Ben je nu een kind of een man
O: Ik speel nog altijd, maar ik ben verstandig
M: Stel je overlijdt op je 85e. Wat moet er op jouw begrafenis gezegd worden? Orlando was een lafaard, hij kwam niet terug naar Suriname om zijn droom te volgen of Orlando was van grote betekenis voor zijn land…
O:[ineens heel serieus] even denken man…..[lange stilte]
O: [een hele grote grijns]  Orlando volgde zijn droom….. doet studie na studie, is ben bezig met het schrijven van een methode, specialiseert zich in gedrag.
M: Orlando man, je bent gewoon de boel vet aan het uitstellen. Je verzint excuses.
O: Nee man, het zit in de financiën.
A: Hè, dat was toch geen probleem?
M: Ben je niet gewoon een lafaard? Ik las dat er heel veel Surinamers – die Europa wonen – graag weer terug willen, maar te schijterig zijn om het te doen. Mooie begrafenisspeech wordt het.
O: Ja man…ja man….ik weet veel over gedrag.
A: Maar het hoofdstuk over uitstelgedrag heb je zeker nog niet gedaan.
O: [hele luide lach] Maar ik wil écht iets betekenen.
A: Zeg dat nog eens heel hard.
O: Ja man, ik wil echt iets betekenen!

M: Wanneer ga terug naar Suriname, volgend jaar? Over 6 maanden?
O: Ja man….dat is zo… Mijn bevlogenheid zal altijd blijven weet je?
A: Ja man….mijn bevlogenheid….je zit gewoon op een bankje Orlando. Sitting on the dock of the bay…ik zie hier geen bevlogen man! Hier zit een lafaard!
M: Wanneer ga je weg?
O: Na mijn opleiding ben ik ready to go.
M: Dus over twee jaar.
O: Ik moet echt gaan man…shit man…
A: Nee, ik snap het wel Orlando, nog ff uitstellen toch?
M: Wanneer ga je?
O: [vastberaden]. Ik ga over 2 jaar, in 2024!
A: Hè? Dat is 2023 toch?
O: Nee man, het zijn schooljaren. Dus in schooljaar 2023-2024 ben ik klaar.
A: Maar je gaat toch? Lafaard?

O: [staat op, met grote trotse ogen en vastberaden] Ja man, ik ga! Dat zeg ik toch man. In 2024 ga ik naar Suriname om het onderwijs te verbeteren in mijn land!

A&M: Mooi!

De stiekem jaloerse moeder

Beatrijs komt binnen. Verzorgd, vrolijk en opgewekt.

M: Als ik jou zie, zie ik veel vrolijkheid. Dus een echt groot probleem zal het niet zijn.
B: Ik dacht, welk probleem moet ik meenemen.
M: Nooit doen.
B: Het gaat over mijn dochter. Die oudste zit in de brugklas op school in Rotterdam. We maken ons zorgen om haar.
M: Dat lijkt me geen probleem toch?
B: Ze zit veel thuis, op haar kamer. In Coronatijd
A: Hoe is het met haar?
B: Wisselend. Laatst in huilen uitgebarsten, ellendige Corona.
M: Maar wat is dan voor jou het probleem?
B: Ik wil haar helpen, maar we mogen haar niet helpen.
A: Dus opgelost.
M: Je bent toch haar moeder?
B: Ja, maar ze wil het zelf doen?
A: Is ze verstandig?
B: Ja
A: Kan ze het zelf oplossen?
B: Nee!
M: Dus dan is het jouw taak om dat te doen, toch?
B: Nou, nee…
M: Huh, maar wat is dat het probleem?
B:[diepe zucht] We hebben stiekem contact opgenomen met haar mentor. Achter haar rug om. Ze was zo boos….
M: Ja, terecht toch? [hele diepe zucht] Zijn jullie zulke ouders…
B: Ja, dat wel, maar we willen het toch doen…Ze zei: ‘Ik haat jullie!’
A: Goed zo! Ze heeft een eigen wil. Dat vind ik wel mooi voor een meisje van dertien. Sterk!
B: [terneergeslagen] Het is zo moeilijk om de balans te vinden tussen los laten en ondersteunen.
M: Nog één stap terug…..jij maakt je dus zorgen. Hoe heb je haar dat verteld?
B: Niet in de goede volgorde achteraf…
A: Nee, eerst stiekem de mentor bellen en dan zeggen dat je je zorgen maakt….lekker handig Bea! Wat een stiekeme moeder ben jij!
B: [emotioneel] Ik probeer haar uit te leggen dat ik me zorgen maak.
A: Dus jij bemoeit je met haar problemen. Irritant toch?

M: Wat is de kern? Waar ben je het meest bang voor?
B: [bijna fluisterend] Dat ze ons niets meer vertelt. Niets meer met ons wil delen
M: En is dat zo?
B: Nee, ze vertelt ons wel allerlei dingen.
M&A: OOOOhhhh. Dus het valt wel mee!

A: Heb jij aan haar verteld dat je bang bent dat ze uit verbinding gaat?
B: Nee…
A: Jij vertelt niet tegen je dochter…en zij vertelt niet tegen jou. Zo moeder zo dochter, toch? Dus beide eigenwijs, toch? Wel eerlijk.
M: Dus ze lijkt op jou…..
B: [klaart zichtbaar op] Ja….eigenlijk wel.
M: En jij bent goed terecht gekomen toch?
B: [vrolijk] Ja!
A: En dingen gedaan die heel stom zijn, toch? Vertel eens wat is het stomste dat je ooit hebt gedaan?
B: [verlegen] uh..
M: Ok, nog één keer….wat is nu precies het probleem?
B: [lacht vrolijk] Dat ik eigenwijs ben!
A: Vind je het ook een beetje leuk hoe ze reageert?
B: Nee, niet leuk! Maar aan de andere kant wel mooi dat ze zichzelf durft te zijn.

A tegen M: Martijn, weet je wat ik denk?  Ze vind het gewoon lastig haar los te laten. Haar moederhart breekt een beetje. Haar kleine lieve dochter wordt groot.
B: [fluisterend] ja, misschien is dat het ook wel.
M: Wil je haar niet té graag een volwassen en verstandig leven laten leiden?
A: Ze is tenslotte al dertien.
M: Wat is het stomste dat jij ooit gedaan hebt? Kom op!
B: [Lacht nerveus] ….weet ik echt niet…ik was best wel braaf.
A: Ooh, ze lijkt toch niet op je.
M: Ben je jaloers?
B: [openbaring, verbaasd]…uh, ja, eigenlijk wel misschien. Ik had wel wat tegendraads willen zijn.
A: Dus wat is nu ook alweer het probleem?
B: [lacht] Ja, ze is echt een prachtmeid met lef! Ze komt er wel!
A: Wat zeg je nou?
B: Ja, ze komt er wel. Ik moet me niet zoveel zorgen maken; dat is niet nodig. Met haar mooie eigenwijze stijl komt ze er echt!
A: Wat zou je nu tegen haar zeggen?
B: Dat ze het goed doet, dat ik trots op haar ben en dat ze zichzelf mag zijn….[tranen]
M: Wat raakt je nu zo?
B: Ze staat nu zo dichtbij…ik weet het niet.
M: Wat zou je het liefst met haar doen….wat goed voor jou is? Wat heb jij nodig?

B: Ik zou wat meer afstand willen nemen…[tranen]. Haar haar eigen gang laten gaan en geen oordeel direct klaar hebben. Dat heb ik ook nodig. Het lijkt wel of ik mijzelf verstik. Als ik haar ruimte geef krijg ik zelf ook meer ruimte. [stilte….Beatrijs haalt opgelucht adem en kijkt ons aan]

B: Jeetje, wat me echt raakte is dat ik jaloers op haar ben en ook dat ik zelf meer ruimte nodig heb. Dat had ik echt niet in beeld. Dank jullie wel mannen. Ik ga ruimte maken!

Jorrit legt een rookgordijn

Jorrit stapt binnen. Met een gezellige Brabantse tongval groet hij ons. We gokken een echte reclameman.

A: Zo gezellig Jorrit! Hoe is het leven!
J: Goed goed.
A:En werk? Volgens mij ben jij een reclameman ofzo. Mooie hippe kleding, kek sjaaltje en goede schoenen.
J: Ja zoiets, ik ben hier de commercieel directeur.
A: Mooi. Hier zit dus een commercieel directeur die een dubbelgoed leven heeft.
J: Huh, dubbelgoed??
A: Ja, ik vroeg net hoe het leven was en toen zij je goed goed…
J: [lacht] ah ja ja.
A: Nu doe je het weer. Je zeg ja ja. Dus twee keer ja. Leid je een dubbelleven ofzo?
J: [mond valt open van verbazing] Wat bedoel je, ah, nu je het zo zegt, misschien wel eigenlijk….
M: We hebben er weer eentje! Commerciële mensen leiden heel vaak een dubbelleven, wist je dat? Mooi aan de buitenkant, maar beroerd van binnen. Typisch…
J: Nou, beroerd van binnen is het niet helemaal…
A: Maar wel een beetje toch? Wat is eigenlijk jouw probleem? Of waarschijnlijk heb je er ook twee.
J: Waren het er maar twee, pfff.
M: Dat krijg je met zo’n dubbelleven. Je moet alles onthouden, wie heb je wat verteld, niet vergeten je telefoon op te schonen voordat ze meekijkt etc
A: Ik weet het, je hebt een geheime relatie.
J: [Lacht] Nee….die is gelukkig over!
M: Dat scheelt een heleboel gezeur. Mooi.
A: Je drinkt stiekem op je werk.
J: Nou, je bent wel warm.
A: Andere verslaving dus….en je vrouw weet het niet.
J: Mijn vriendin weet het inderdaad niet.
M: Seks verslaving?
A: Nee, dat had zijn vriendin wel gemerkt…wel jammer trouwens.
M: Gokverslaving?
J: Nee, ook niet…
A: ROKER, je bent een stiekeme roker….Ha!
M: Maar dat is natuurlijk helemaal geen probleem toch? Hier zit een man van rond de vijftig, commercieel directeur en die maakt zich zorgen dat hij stiekem rookt. Tsss. Is dat alles?
J: Ik vind er wel wat van….
A: Ja, ik vind er ook wel wat van. Maar wat is het probleem? Ik vind het eigenlijk wel mooi, past ook bij je imago van een beetje sneaky salesman. Je lijkt ook wel een beetje op de Marlboro-man eigenlijk. Rookgordijnen is jouw specialisme en vak. Eigenlijk ben je een vakman.
J: Dat ik rook is tot daar aan toe, maar stiekem..
M: Blijf je wel jong bij. Als puber deed je dat ook toch? Stiekem roken, drinken en porno kijken.
A: Jammer dat het eigenlijk geen seks verslaving is vind ik, niet Martijn? Die hebben we niet zo vaak hier.
M: Wat voor merk rook je?
J: Camel.
A: Dat zou ik ook stiekem doen. Gadverdamme! Ook nog een merk van niks. Dus wat is het probleem Jorrit. Je rookt Camel, tuurlijk stiekem. Who cares. Vindt je vriendin het niet lekker? Haar probleem toch?
J: Ik ben sinds een half jaar weer begonnen. Ik was vijf jaar gestopt.
A: Nou en….dan ga je toch weer stoppen?
J: Dat wil ik liefst wel.
A: En dan ga je gewoon een fatsoenlijk merk roken. Marlboro of Lucky Strike ofzo. Of zo’n elektronische sigaret. Dat vind ik wel bij jou passen!
J:[lacht] Nee jongens, ik wil echt stoppen.
M: Ik zeg doen!
J: Ik weet niet hoe?
M: Nee, ik zou het ook niet weten. Lijkt me eigenlijk ook onmogelijk om te stoppen. Hoe zou dat moeten dan? Heel ingewikkeld…..hmmmm
J: Tuurlijk weet ik ook wel dat er allerlei mogelijkheden zijn en zo, maar waar te beginnen?
M: Tja, ingewikkeld. Heel complex. Waar zou je moeten beginnen als je wilt stoppen met roken, Arno weet jij het?
A: Geen idee man, ik denk dat het eigenlijk niet mogelijk is. En dan op feestjes en zo. Maar hij rookt stiekem, ingewikkeld en heel complex
J: [lacht voluit]. Ik zit mezelf gewoon voor de gek te houden natuurlijk, ik verschuil me.
M: Nee Jorrit, dit is echt veel moeilijker dan je nu zegt, denk er niet te makkelijk over….ik ken mensen die ook willen stoppen en geen idee hebben hoe. Het zijn er duizenden. Misschien is er wel een club van mensen die niet weten hoe ze moeten stoppen. Moet je eens lid van worden.
J: [wederom grote lach] Het is heel simpel, ik ga van die nicotinepleisters halen en dan zo’n programma volgen en stoppen…net als de vorige keer
A:[verontwaardigd] Ja Jorrit, wat vertel je me nou, je hebt het al eens eerder gedaan? En wij ons in het zweet werken terwijl jij gewoon ervaring hebt. Jezus man. Dit was echt een rookgordijn.
J:Ik moet gewoon stoppen. Ik rijd zo direct langs huisarts en apotheek. Ik ben er ook klaar mee!

M: Anders ik wel….
A: Zeg dat….

Het aandachtspuntje van Carl

Carl komt binnen en neemt zijn ruimte. Een duidelijk en daadkrachtige entree.

Arno: Zo zo, jij weet wel wat je wilt.
Carl: Jazeker, live life to the max!
Arno: Wow, impressive, live life to the max!
Carl: Ja, precies. Wat gaan we doen?
Arno: Nou, volgens mij zijn we klaar.
Carl: Hoe bedoel je?
Arno: Lijkt me duidelijk Carl. Gewoon klaar! [Arno staat op om Carl uit te laten]. Ik denk dat je de verkeerde kamer bent binnengelopen, je moet bij de Raad van Bestuur zijn en niet bij ons. Hier komen alleen zeurpieten en sukkels met problemen. Maar mensen die hun leven to the max leven zijn hier verkeerd. Die hebben geen probleem.
Carl: Ik zou het eerder een aandachtspunt noemen
Martijn: Klopt helemaal. Op de strategische agenda staat een aandachtspunt, het rendement blijft een beetje achter, maar dat is meer een issue
Carl: Deels wel, deels niet
Arno: Hoe is jouw sexleven eigenlijk Carl?
Carl:[geïrriteerd] op schema. Prima.
Arno: Op schema? Klinkt niet als sex to the max
Carl: Waarom begin je daar over?
Arno: Mannen zoals jij hebben bijna altijd tekort aan sex, dat compenseren ze dan elders. Vandaar. Met jouw daadkracht lijkt me dat uitermate logisch, toch?
Martijn: Waarom ben je hier nou eigenlijk Carl? Als je zo duidelijk bent kun je toch wel normaal zeggen wat je probleem is?
Arno: Aandachtspunt
Martijn: [Martijn tegen Arno] Ja hoor, we hebben er weer eentje. Ik heb er eigenlijk niet zo veel zin in. Dit soort mannen. Grote mond. Heel klein hartje. Verschuilen achter daadkracht. Live life to the max. Dat soort bullshit. Wat vind je?
Arno: [Arno tegen Martijn]. Hij krijgt altijd wat hij wil. Mensen kijken tegen hem op. Kan glashard zijn. Wellicht zijn mensen wel een beetje bang voor hem. Ik denk dat we moeten stoppen. Hij gaat niet praten. [Carl zit ondertussen ongemakkelijk te schuiven en wrijft over zijn gezicht].
Martijn: Carl, tijd om te gaan. Succes met jouw verdere carrière. Live life to the max!
Carl: [heel zacht, vermijd oogcontact]. Mijn huwelijk staat op springen.
Arno: Dat lijkt me eenvoudig op te lossen Carl. Jij bent toch manager? Even aan de juiste knoppen draaien. Niet meer dan een aandachtspuntje, TOCH?!
Carl: [emotioneel]. Ik wil Marjan niet kwijt, ik kan niet zonder haar. Niet zonder [Carl breekt en huilt]

Carl is zeer emotioneel. Hij krijgt tissues, een glas water en een hand op zijn schouder. Na enige minuten kijkt hij op en maakt via de spiegel oogcontact. Hij is puur, naakt en open.

Carl: [vertelt een heel verhaal over hun relatie en eindigt als volgt] Al jaren loopt het niet lekker, ik besteed veel tijd aan werk en mijn eigen wereld. Marjan is er gewoon altijd. Sinds twee maanden heeft ze aangegeven te twijfelen of ze verder wil. Ik ben haar gewoon kwijtgeraakt. Zij wil in relatietherapie, ik eigenlijk ook wel maar ik schaam me er voor….
Martijn: Ik zou het niet doen, die relatietherapie. Beter om er nu een punt achter te zetten, hoef je je niet te schamen, ben jij de live life to the max man die gewoon de keuzes maakt.
Carl:[verward, glimlachend en uiteindelijk volle lach]. GVD mannen, natuurlijk niet, natuurlijk niet. Ik wil Marjan niet kwijt! We gaan in relatietherapie….
Arno: Nee Carl, nu raak je alles kwijt wat je zo zorgvuldig hebt opgebouwd, en jouw imago dan, wat zullen je vrienden zeggen
Carl:[opgelucht en vrolijk]. Je kunt de boom in Arno, dat zal allemaal best. Ik ga samen met Marjan in therapie!

Frans heeft een syndroom

We doen ons Corona spreekuur voor de eerste keer bij een grote organisatie. Cliënten komen op afspraak naar kantoor en gaan vervolgens na 15 minuten weer naar huis. Vandaag mogen we er 20 knippen.

Frans sloft naar binnen. Schouders hangen, hij oogt onrustig en gooit per ongeluk zijn glas water om. Frans is een dertiger en komt in zomertenue. Korte broek, slippers en t-shirt.

Martijn: Zonde van het water Frans. Ben je altijd zo ruig?
Frans: Shit, sorry. Nee…beetje onhandig van me. Sorry.
Martijn: Maakt niet uit, ruimt Arno zo wel op. Die heeft toch niets te doen.
Frans: Nou, daar kan ik me bij aansluiten.
Martijn: Heb je niets te doen?
Frans: Nee, nou ja, wel, maar het is allemaal zo..
Martijn: Wel of niet
Frans: Ja dat wel, maar
Martijn: Dus dat is geen probleem.
Frans: Dat ik niets te doen heb
Martijn: Ja
Frans: Nou het stelt allemaal niet zoveel voor
Martijn: Wat stelt niet veel voor
Frans: Mijn werkzaamheden. Ik zit nu al ruim vier maanden vanuit huis te werken. Ik kan me niet motiveren
Martijn: Geniet ervan Frans. Geen baas die je op de vingers kijkt. Beetje rondlummelen en af en toe een mail versturen. Voor een ambtenaar lijkt me dat al behoorlijk druk
Frans: Het gekke is dat ik wel moe ben
Martijn: Tuurlijk ben je moe, vier maanden thuiswerken zonder motivatie is verschrikkelijk vermoeiend. Heb je wel vakantie gehad? Je ziet er ook moe uit. Onderzoek wijst ook uit dat je oog-hand coördinatie afneemt bij veel thuiswerken.
Frans: Hoe bedoel je.
Martijn: Je gooit toch die beker om? Dat is pure vermoeidheid door thuiswerken. Wetenschappelijk heet dat Extremely Tired and Unmotivated home working syndrom.
Frans: [gaat ineens helemaal rechtop en actief zitten]. Vertel eens? Er gaat een lichtje branden….
Arno: Frans, luister nou. Dat onderzoek bestaat al 15 jaar, thuiswerken maakt mensen sloom, kunnen werk/prive niet meer onderscheiden, gaan niet sporten tijdens de werktijd, zitten teveel in een soort van ‘ik moet productief zijn’ stand, terwijl ze soms juist ff iets anders zouden moeten gaan doen.
Frans: [nieuwsgierig en helemaal ‘aan’] Klopt, ik zit hele dagen achter mijn bureau en laptop, vind dat ik werk moet verzetten, maar het lukt gewoon niet altijd. Dan voel ik de energie wegstromen…
Arno: Kenmerkend is dat mensen lamlendig worden en gebruikelijke activiteiten waar ze energie van krijgen veel minder doen, tijdens werktijd ‘mag’ het niet en ’s avonds te moe.
Martijn: Nou zie je wel, je heb dus gewoon het Extremely Tired and Unmotivated home working syndroom!
Frans: Ik ben inderdaad veel minder buiten en minder gaan sporten. Stom dat ik dat niet heb gezien, ik ga gewoon mijn racefiets weer pakken.
Arno: Rustig aan Frans, je wilt niet nog vermoeider worden
Frans: Juist wel, fysiek vermoeid. Ik ga weer meer naar buiten, lekker door weer en wind. Wat idioot dat ik het niet zelf zag. Hoe heet dat syndroom ook alweer?
Martijn en Arno: [tegelijkertijd] het Extremely Tired and Unmotivated home working syndrom!

Frans tekent zijn contract. Ik Frans, ga vanaf morgen 2 tot 3 keer per week minimaal 1,5 uur op de racefiets om mijn energieniveau weer op te krikken.


Corona heeft een flinke impact op ons leven en werkgevers houden hun medewerkers (terecht) buiten de deur. Dit maakt dat werknemers minder in verbinding zijn, contact missen en hierdoor mentale problemen ontwikkelen. Met de Mentale Knipbeurt brengen we luchtigheid en beweging. Dit geeft energie, vertrouwen en lucht! Juist nu is de Mentale Knipbeurt een goed instrument voor organisaties om hun medewerkers in balans te houden. Daarom hebben we een Mentale Knipbeurt ontwikkeld die Corona proof is. Gewoon op kantoor. Je maakt een afspraak, komt langs en gaat daarna geknipt weer naar huis.